Mijnenveld

 

Niets is zo uniek met elkaar verweven als taal en cultuur. Door woorden drukken we van alles uit, en aan die woorden hebben we technische termen gehangen, om het er over te kunnen hebben. Zo kwam het bezittelijk voornaamwoord 'mijn' zojuist voorbij. Zo'n woord kan dagenlang bezit van mij nemen. Als ik 'mijn' zou schilderen zie ik een mijnenveld voor me, met een dame met een roodjurkje die er overheen loopt of daartoe pogingen doet. Met alle gevaren van dien, want als je op een mijn stapt, kan dat je hele dag verpesten. Het geluk van taal is dat ik het kan beschrijven, waardoor je je eigen voorstelling er van kunt maken.

 

Bezittelijk voornaamwoorden geven volgens Onze Taal, een bepaalde relatie aan tussen persoon, dier of instantie en een zelfstandig naamwoord. Een bepaalde relatie, ook zo'n begrip dat op een mooie dag taalcirkels in mn hoofd afdraait. In de Van Dale lees ik wat we hebben afgesproken over 'bepaald' en kom daarbij terecht op 'vastgesteld' Een afspraak tussen twee of meerdere partijen. 'Mijn' hangt dus samen met een bezitsrelatie.

 

Ik duik de geschiedenis is van bezitsrelaties, met dank aan Simone de Beauvoir. Heel vroeger werd de wereld gezien als een eenheid van kosmos, mensen en goden. Volgens Simone was een relatie in die tijd een wereldlijke toevalligheid, die geen enkele mysterieuze band schiep of dienstbaarheid van de vrouw eiste.* Nu weten we niet heel veel over de eerste periode van de mens, maar dankzij de wetenschap komt daarover steeds meer aan het licht. Ten tijde van de eerste landbouwculturen ontstonden de eerste bezitsrelaties in de wereld, zo schrijft Simone. Dus toen de mens zich grond ging toe-eigenen. Simone schrijft dat door de uitvinding van eerste landbouwgereedschap de mens bovendien ervoer dat hij - Simone schrijft dat het hier mannen betreft- niet langer het gevoel had dat hij was overgeleverd aan Moeder Aarde, maar dat hij zelf de mogelijkheid had natuur aan zich te onderwerpen. De relatie van de mens met de grond in de vorm van verering van Moedergodinnen en het leven in eenheid met de natuur werd zo gaandeweg getransformeerd naar een relatie van macht, dominantie en roof. De eerste Bijbelverhalen lichten ook iets op uit die eerste tijd: bijvoorbeeld in Kain en Abel, waarin je kunt lezen hoe de landbouwer de schaapherder vermoordt.

 

Simone schrijft over de scheuren die ontstonden in de eenheid- het begin van dualiteit- dat er toe leidde dat de man, de Ander niet alleen in de natuur zag, maar ook in vrouwen. Om nu een lang verhaal veel te kort te maken: vrouwen en grond kon je rekenen tot je bezit. Het huwelijk deed in die periode zijn intrede. Het huwelijk, met name de geboorte van jongens die daaruit voortkwamen, verzekerde dat het bezit van de grond in de familie van de man bleef. De taal zat toen anders in elkaar, maar de oergrond van ons idee van 'een bepaalde relatie' zou wel eens daaruit voortgekomen kunnen zijn. Niet alleen de grond werd tot het bezit gerekend, maar ook de mensen die er op werkten: de slaven, de vrouwen, de kinderen. Lang kon de bezitter daarmee doen wat hij wilde, totdat er enige opstand kwam: de onderdrukten kregen en krijgen hun stem terug. Ik zie om me heen dat zij elkaar steeds meer vinden. Vrouwen kregen recent zelfs stemrecht en zeggenschap over hun eigen lichaam. De zoektocht naar samenhang en eenheid wordt gevoed door de liefde voor elkaar en voor onze leeggeroofde natuur, voor alles wat ons oorspronkelijke wezen voedt en beschermt. Ze is krachtiger en vuriger dan de bezitsrelaties die onze wereld voortdurend hebben verscheurd en onze taal hebben beïnvloed. Althans, dat meen ik te zien en te geloven.

 

Nu ga ik nog even terug naar 'mijn'. Ik ga het waarschijnlijk niet meer meemaken dat het bezittelijk voornaamwoord 'mijn' wordt vervangen of geschrapt om een relatie met de Ander/ander uit te drukken. Daar heb ik wel vrede mee. Wel wil ik in het leven dat is, zien dat onder elke 'mijn', een verhaal, een geschiedenis een veld vol interpretaties schuilgaat. Dus God, Allah, Ander, man, vrouw, vriend, vriendin en kind is nooit 'mijn' in de zin van een bezitsrelatie. Het zijn allemaal mijnen die ik niet in bezit wil en kan nemen, en omgekeerd wil ik ervoor waken dat ze bij mij dat ook niet doen....

 

 

 

* Simone de Beauvoir, De Tweede Sekse, Eerste boek, Tweede Deel, pag 87- 108

 

geschreven op 21 januari 2018