Ongenaakbaar

 

Dit verhaal is een paar jaar oud. Het was op een zomerdag, laat op de avond. Mooi weer. Ik zit thuis boven te werken, als één van m'n dochters huilend bij me komt. Ze heeft een bericht gelezen dat ik vanmiddag verstuurde met m'n  telefoon. Het gaat over iets dat ik hoorde toen ik in de tuin zat. Ze is ontroostbaar. In het bericht staat: 'Ik hoorde de buurman praten tegen zijn zoontje: ''Als die kat hier nog één keer bij ons huis komt, schop ik hem dood!'' … en daar ben ik erg van geschrokken.' Einde bericht.

 

Mijn dochter is boos en heel verdrietig. Ik ben onmachtig met haar. Zulke uitspraken hakken er flink in, we huilen samen. De buurman heeft nogal invloed op ons woongenot. Hij zegevierde onlangs nadat ik hem vriendelijk vroeg of zijn muziek wat zachter mocht, nadat ik twee uur had meegeluisterd. Hij bulderde daaroverheen dat hij ons niet meer kon verdragen en zette zijn muziek nog wat harder. Een kansloze missie. Zijn woede neemt deze dagen steeds meer bezit van ons hart en hij maakt ons bang en klein met zijn grote woorden. Het lukt hem. Hij is hier ongenaakbaar.

 

En wij? Wij willen hier al lang niet meer zijn en we voelen ons door zijn lawaai bedreigd. Of hij hier nog gevoel bij heeft weten we niet, of hij nog in staat is in gesprek te gaan evenmin. De angst voor het dood meppen van onze kat zorgt er nu voor dat we ons meer en meer verbonden voelen met elkaar. Ja nee, wij gaan hier niet dood aan, maar voor onze kinderen is deze oorlog veel dichterbij dan de beelden van het journaal.

 

 

De belofte dat we na de zomer verhuizen geeft onze dochter hoop. We drogen elkaars tranen. Ons nieuwe huis en land zal onze redding zijn, en dat van onze katten. Maar wie o wie bevrijdt de ongenaakbare en zijn zonen?