Dagboekaantekeningen

 

Waarom ik in m'n tekst Stiltecoupé er voor kies om een andere vrouw naar voren te schuiven is me een raadsel. Ik had ook kunnen schrijven dat ik dat deed. Dat ik in het verleden wel vaker zulke acties had, en dat die tot nu toe goed afliepen. Maar nee, dat doe ik dan niet. Tuthola! Daar gaan je kansen op een speldje of applaus. Wil ik dat dan? Of juist niet?

 

Hmm. Ik heb al schrijvende blijkbaar iets of iemand nodig die in mijn plaats treedt, zodat ik het gevoel of de handeling kon doorschuiven naar de fictie, de illusie. Hier hogere macht heb je er weer één: U komt alle lof toe! Bescheidenheid siert de mens, zeggen ze dan. 'Hij die trots is, eet zichzelf op' zegt Shakespeare. Zal allemaal wel, ik heb gewoon geen zin om te blozen. Op mijn uitvaart zullen ze wel wat willen zeggen over mijn daden, maar dan hoor je niemand meer over hoe ik de dood van Sok aangreep om hem een portie van mijn gevoelens als schuld aan hem mee te geven naar het hemelrijk. Flauwekul toch! Of hoe ik op Goede Vrijdag mijn eigen onzekerheid en angst in een stukje tekst over een optredend muzikant projecteerde. Jezus! Nee, over de doden niets dan goed. Het is niet anders. Ik moet wat doen om mezelf te zijn tussen alle woorden van twijfel. Als ik al weet wat dat betekent 'mezelf' en of dat kan bestaan zonder fictie.

 

Wat is dat dan dat schrijven en schilderen? Waar komt dat dan vandaan? Wie ben ik in dat spel? Wat als ik niet meer praat, alleen maar zwijg, niet meer schrijf of schilder? Wat blijft er dan over? 'Zijn' zoals doorgeleerde goeroes dat bedoelen? En wat 'zijn' is, is me een raadsel. De mens is een raadsel. Er zijn teveel antwoorden mogelijk. Er zijn teveel woorden in mijn hoofd, dus daar kan ik maar beter wegblijven.

 

Daarom een voorlopige conclusie naar aanleiding van bovenstaande: ik heb sprookjesfiguren nodig om gebeurtenissen een plaats te geven; godinnen, goden, zondebokken, feeën, kabouters, kleuterjuffen enzovoort. Of ze echt bestaan doet niet ter zake. Ze bieden me een plek om te schuilen. Een heilzame illusie. Wie zei dat ook alweer? Het geeft mijn wereld kleur, en beter zo dan dat ik mijn eigen onvermogen en onmacht botvier op andere mensen. Beide teksten in de trein  Stiltecoupé en Raak gaan trouwens over vuur, zie ik nu. Vermoedelijk twee kanten van dezelfde medaille.

 

Detail: als je van Bargeroosterveen naar Dalen rijdt, via Dalerveen is dat precies 22 kilometer. Ik zag drie slangen bij elkaar in het Bargerveen. Misschien is het heilzaam als ik daar betekenis aan geef, en misschien is het juist tof om dat eens niet te doen. Het gewoon te laten zijn, en er alleen van te genieten. Het zijn de laatste uren voor de Nieuwe Maan. Het einde van het bloei- en broedseizoen komt dichterbij. Manman, de wereld is zo ongelofelijk mooi.