Verlaten

 

Het is voorbij. Bijna 43 jaar was ik rooms katholiek, maar nu niet meer. Voor mij was als 'slapend' in de kerkelijke boekhouding niet voldoende, ik heb me laten uitschrijven. Een beslissing die me oplucht, en ruimte geeft om mijn vleugels uit te slaan. 

 

Mijn ouders lieten me dopen en namen me mee naar de mis. Elke week, twaalf jaar lang. Naast de verveling en de stripboeken over Jezus herinner ik me vooral de gezichten die ik bestudeerde. Hoe de mensen keken en knielden. Hoe mijn vader zuchtte en mijn moeder zong. Elke week. Ik speelde op het kerkorgel, las voor, zong, speelde mee in de kindervieringen. Mijn middelbare schoolkeuze was ook katholiek, opdat ik me misschien minder alleen voelde met pubers in dezelfde zuil. Dat bleek een valse gedachte, en de kerk raakte uit mijn zicht.

 

 

Toen ik in 2004 besloot om theologie te studeren kwam de kerk weer in beeld. De studie sprak me met name aan vanwege vakken zoals geschiedenis, filosofie en psychologie. Ik leerde er nadenken. Een vak dat me bevreemdde en interesseerde was het vak over lichamelijkheid, of zoals het curriculum aanduidde 'Theologische betekenissen van het lichaam.' Een bijvak, dat vanwege kritiek uit Rome onder druk stond. Ik kreeg dankzij het vak onder andere inzicht in de geschiedenis van de ideeën over menstruatiebloed, en hoe dit de afgelopen eeuwen in onze cultuur heeft beïnvloed. Ik hield mijn ogen gesloten voor die geschiedenis en studeerde af op het thema 'Grondhoudingen voor zielzorg'. Mijn thesis ging in op de overeenkomsten tussen lichamelijke geboorte en geestelijke geboorte (mystiek), waarna ik een lijn trok naar verschillen tussen mannen en vrouwen, en hoe dit in de kerk vorm zou kunnen worden gegeven. Een handreiking maar ook een kritische wetenschappelijke beschouwing. Nu is de universitaire theorie anders dan de praktijk, want in de katholieke kerk is aan het begin van de twintigste eeuw nog steeds geen ruimte voor vrouwen. Niet in de organisatie, niet op het altaar. Dit heeft vooral te maken met de manier waarop de mannen die het voor het zeggen hebben aankijken tegen sexualiteit en het vrouwenlichaam. Net als veel andere vrouwen, ageer ik tegen deze diepgewortelde vorm van discriminatie. Tijdens mijn studie vond ik mijn plek als pastor bij de uitgeslotenen, in de gevangenis. Binnen de grenzen van het katholieke denken heb ik daar een aantal jaren als pastoraal werker waardevolle gesprekken gevoerd.. Uiteindelijk leidde een reorganisatie tot een ongelukkige overplaatsing, waarna ik ontslag nam. Dat is nu bijna drie jaar geleden.

 

 

Gelukkig is spiritualiteit allang geen eigendom meer van de katholieke kerk en vinden eeuwenoude rituelen hun weg buiten het instituut. In mij komt het theologische vak over lichamelijkheid opnieuw tot leven door de cursus Divine9Dance die ik deze zomer volg. Ik dans de geschiedenis van schaamte en schuld die generatie op generatie werd doorgegeven uit mijn lichaam, en voel dat ik tot leven kom als vrouw. De hoogste tijd om de gevolgen daarvan te aanvaarden en omarmen. Priesterschap is een roeping, zeggen mannen die pastoor werden, en ze zeggen er vaak bij dat hun antwoord laat was. Na jaren in mijn hoofd discussies te hebben gevoerd met mijn erfenis en theologische kennis, durf ik nu ook naar mijn hart en buik te luisteren. Ik voel me geroepen om de kerk te verlaten. Laat en zeker niet als eerste, want de organisatie die zichzelf katholiek noemt heeft mij, en vele vrouwen voor mij, al veel eerder verlaten....