Lachen

 

Op het plein voor de Sacre Coeur staat een vrouw met haar telefoon. Ze staat te roepen, in een taal die ik niet onmiddellijk herken. Ik zit op een bankje vlakbij hen en kijk op. Ze zegt iets tegen haar kinderen, een jongen en een meisje. Allebei een jaar of zes. Ze staan op het bankje vlak voor haar. De vrouw geeft instructies over de manier waarop de kinderen moeten kijken. In het Spaans, vermoed ik. De kinderen moeten lachen op de foto, zo begrijp ik uit haar gebaren. Vooral lachen, en dan bij voorkeur onbevangen, want dat zien we graag.

 

Aan de blikken van de kinderen te zien kennen ze de procedure. Hier is niets spontaans aan. Ik kijk naar de vrouw van dit toneelstuk, de regisseur. Ze heeft duidelijk de touwtjes van het proces in handen. De man die erbij staat suggereert voorzichtig een familiefoto. Straks.

 

Eerst zullen de kinderen lachen voor dit portret, en zij en iedereen zal zien hoe fijn ze het hebben. De kinderen kijken verveeld als moeder haar toestel weer naar beneden richt. Hun toneellach is weer van het gezicht. De vrouw kijkt intussen heel tevreden over de afloop. Samen met de man naast haar beoordeelt ze trots de foto’s. Vanuit haar ooghoek ziet ze dat ik naar haar en de kinderen kijk. Betrapt.

 

Ik schud even m'n schouders los, sta even later op en loop verder. In de stad wordt dit  toneelspel op veel plekken uitgevoerd, zie ik. Vaak met kinderen. Pubers doen dat anders, vaak hetzelfde als andere pubers. Vooral bij het Louvre. Vrouwen staan er dikwijls als een model bij, heel anders dan in de rij van de supermarkt of als ze zelf met hun toestel in de weer zijn. Jonge mannen die poseren zijn net ridders: borst vooruit, vier overeind als wereldveroveraars. En zo schieten de beelden voorbij. Toneelspelers zijn vaak zelf ook de regisseur is, dat geldt alleen niet voor kinderen. Kleine mensen mogen zelden regisseur zijn; grote mensen hebben de touwtjes in handen.

 

In m’n hoofd popt de vraag op ik als ik schrijf ook te maken heb met een regisseuse. Of ik groot ben of juist klein. Ik weet het antwoord niet. Voorlopig lach ik liever onbevangen.

Als m’n verhaal af is, zie ik hoe iemand een foto maakt van een klein meisje. Zij kijkt in de etalage van een boekenwinkel en heeft de camera die op haar gericht is, helemaal niet opgemerkt. Prachtig zo in het zonlicht.