Het offerfeest

 

Een paar aanknopingspunten: grenzen, dansen, een puberdochter. Het verhaal: uit verschillende hoeken krijg ik te horen hoe een meisje in de omgeving van mijn oudste dochter graag met jongens omgaat. Een meisje uit een gebroken gezin. Een heel kwetsbaar meisje, dat de ene na de andere jongen van school tongt en pijpt. Veertien jaar. De loverboys liggen op de loer. Buikpijn krijg ik van zulke verhalen. De angst dat mijn dochter ook zoiets gaat doen openbaart zich. Bezorgdheid wordt vaak verward met ouderliefde, maar is in feite eigen pijn. Ik weet het, en ik voel het. 's Avonds laat verkrampt mijn baarmoeder en 's nachts slaap ik slecht. Er gaan lichtjes branden. Ja mijn lichaam en haar signalen voel ik steeds beter, dankzij mijn zomerproject. De pijn in mijn buik herinnert me aan mijn puberteit.

 

Thuis was er veel liefde voor mij, maar praten over liefde, sexualiteit en lichamelijkheid dat deden we niet of nauwelijks. Ik moest het doen met wat ik thuis en om me heen zag: Een vrouw is bestemd om haar man te dienen, en de man is het hoofd van het gezin. En meid zorg dat je jezelf kunt redden. Zoiets. Niets ten nadele van mijn ouders, de liefste van de wereld. Ze hebben alles uit de kast gehaald gedaan om een pad van geluk voor me uit te spreiden. In mijn puberteit tongde en pijpte ik de jongens van de school niet. Ik wist niet eens wat het was toen ik net naar de middelbare school ging. Ik hoorde er links en rechts wel iets over. De relatie met mijn moeder raakte meer dan pubergetrouw verstoort en mijn vader die ik erg had gemist als kind, vond ik veel te streng. Met m'n klasgenoten en met mijzelf had ik geen aansluiting. Ik zat gevangen, en in die beklemming vluchtte ik in de armen van D. Toen was ik bijna 16 jaar. D en ik hadden dikke verkering, en we oogden heel gelukkig samen. Na een paar maanden gingen we voor het eerst met elkaar naar bed. Ik had geen idee wat ik voelen moest en ik zei dat ik er klaar voor was. Ik had wel gehoord dat de eerste keer altijd tegenviel en dat het misschien pijn deed. Daar nam ik maar genoegen mee. We klooiden wat aan. In bed gingen we van A naar B: hij wond me een beetje op en we neukten, totdat hij klaarkwam. Mijn toestemming kreeg hij heel vaak, ik was bang hem kwijt te raken. De verkering duurde drie jaar. In die drie jaar nam hij steeds meer bezit van mij; van mijn lichaam en geest. Toen ik dit inzag nam ik me voor te vluchten naar Groningen. Toen hij zei dat hij ook naar Groningen zou gaan om altijd bij me te zijn, maakte ik de verkering uit. Dat was voor mij een enorme stap, waarvoor ik veel moed moest verzamelen. Nadenken kon ik goed en in Groningen vond ik in het studeren  een nieuwe uitdaging, misschien was dat ook een vlucht.

 

In de stad leerde ik ook dat vriendjes en verkering anders kon. Ik zag het ook om me heen. Nog steeds klooide iedereen maar wat aan, van A naar B. Toen ik Marcel leerde kennen ging er een liefdevolle wereld open. Hij troostte me dikwijls als ik nare gedachten had over mijn eerste vriendje en ook op andere manieren was hij heel geduldig en lief. Ik vergat D. en het leven ging zijn gang. Tot ik vier jaar geleden vanuit het niets een bericht van D. kreeg, dat hij ten diepste spijt had van alles wat hij mij had aangedaan. Daar was ik stil van. Ik schreef hem een kort vergevend berichtje terug en besteedde geen aandacht meer aan mijn vervuilde verleden. Leven met een vervuild verleden gaat prima. Ik deed het 25 jaar, maar nu ik de patronen van mijn zoektocht naar vrijheid leer kennen stuit ik er weer op. Bijna iedereen heeft me altijd op zijn eigen manier met respect behandeld en vanuit mijn hoofd kon ik via de weg van de moraal mijn grenzen wel aangeven. Maar voelen deed ik ze zelden, en al helemaal niet in mijn buik. Nu is dat dankzij mijn intensieve zomerproject beduidend anders: ik voel keihard de wond in mijn buik. Ik durf Metoo! te fluisteren, omdat ik nu voel dat wat D. deed niet in de haak was en dat ik het verschil tussen en nee en ja niet voelde. Metoo! omdat ik nu ervaar dat in de cultuur waarin ik opgroeide er weinig tot geen ruimte voor vrouwelijke lichamelijkheid was. Metoo! omdat de gevolgen daarvan in mijn lichaam en in onze cultuur zijn blijven steken. Ik durf hardop Metoo! te zeggen, omdat mijn moeder, mijn oma's en veel zoniet alle vrouwen met hen, geleerd is om hun man te dienen en zij dit met alle liefde aan hun dochters hebben doorgegeven. Metoo! Omdat het net als bij Roodkapje, het een aantal generaties duurt voordat oma uit de wolf te voorschijn komt. Metoo! Omdat de kerk graag de troostende en dienende Maria – die vaak achter tralies zit – dankt en prijst, eeuwenlang vrouwen aanspoorden om veel kinderen te krijgen, en de handjes boven de dekens te houden. Metoo! omdat ik door er over te lezen en te praten begrijp dat ik niet de enige ben.....

 

Enfin, als je jezelf wilt bevrijden, moet je je eigen lijden onder ogen zien. Een eeuwenoud adagium, dat deze week weer ergens opdook. Geboorte, Pasen, geef het een naam die in je straatje past. Jezus was bang voor de dood. Ik niet, dood was alleen een vluchtroute die ik niet durfde te nemen. Bovendien kon ik mijn lichaam niet overwinnen, want ik dat voelde ik nauwelijks of niet. Dat is sinds ik dans anders. Ik kan mijn onderbuik voelen, echt voelen en vandaag voel ik oude pijn in mijn onderlichaam. Ik kan je zelfs aanwijzen waar het zit, meer dan 20 jaar zat het daar. Ik sleepte het overal mee naar toe: vriendjes, banen, relaties en andere levenskeuzes. De patronen herhaalden zich, tot nu. Je gaat pas zien als je het voelt in je lijf. En ja ik bevrijd mezelf graag van deze oude pijn. Ja! Ja! En ja, ik hoor in de verte de discipelen roepen dat Jezus ons zal bevrijden. Maar nee heren, stop maar met je praatjes, ik bevrijd mezelf wel.

 

Vanavond trek ik me daarom terug in huis. Mijn huisgenoten zijn er niet. Ik zet muziek aan waar ik gemakkelijk op dansen kan, een kaarsje een beetje wierook, want ik wil de shit die vrij komt niet in mijn huis en ik kan wel een beetje steun gebruiken. Ik dans, ik huil en word boos. Ik dans alsof mijn leven er vanaf hangt. Mijn hart doet pijn. Ik houd de pijn nog één keer vast om het daarna te laten gaan. Ik weet nu hoe ik dat kan doen. Ik voel woede, woede die ik nodig heb om mijn grenzen te kunnen afbakenen. Ik dans, schreeuw en grom en laat me na een tijdje op de grond vallen. Het ziet er vast maf uit allemaal, maar ik laat het maar gebeuren. Hier ben ik veilig. Ik vraag aan oma of ze me opvangt. Ik huil nog even, dit voelt goed. Het is genoeg. Ik blijf even liggen en mijn hart wordt weer rustig. Dan sta ik op en ga ik buiten languit in het gras liggen. Even bijkomen. Zo zeg! Ik voel me licht, bevrijdt.

 

Geen idee hoelang ik hier in zit, de tijd is weg, zoals bij een snelle bevalling. Maar wat ruikt het gras heerlijk! Wat is het fijn om hier te liggen en wat een zegen dat ik hier woon! Ik kijk om me heen en geniet van de ruimte. Alsof alles meer kleur heeft gekregen.... Dan  zie ik  een dode libel voor me liggen. Ik pak het op en bestudeer het. Ik heb ze wel vaker gezien, maar de schoonheid van de natuur is onovertroffen. Het heeft me steeds opnieuw in haar bevrijdende greep. Haar ogen, haar gebroken staart. Als ik opsta, neem ik de libel mee en leg het in de vuurkorf. Ja, ik heb zin om vuur te maken. Ik ga naar binnen  om een aansteker, wat hout en het schilderijtje van een treurende jongetje te halen. Ja hij gaat het vuur in. Maria wil hem niet meer troosten, lach ik tegen mezelf. Het is de week van het offerfeest, dus dat schikt. Het vuur brandt mooi, de rook stijgt op naar de hemel. Tevreden en dankbaar kijk ik er naar. De dode libel en het jongetje zijn samen naar een ander universum, en ik? Ik sta hier gelukkig, alleen en begin opnieuw.....