Wie is er dood?


Het is nog vroeg. De jongste is net naar school, de oudste ligt nog op bed. Ik ben aan het wakker worden, naar buiten aan het staren. Ik droom nog wat weg in het eerste ochtendlicht. Plots staan er twee mannen bij de voordeur. Politie. De voordeur is open en ze roepen zodat ik ze horen kan. Mijn hart staat stil, ik houd het vast. Wie is er dood? ‘Niet schrikken hoor’ zegt de agent, maar het is te laat.

 

Blijf maar eens rustig als de politie zonder aankondiging aan de deur staat. Ik kan dat niet. Ze komen voor onze oudste dochter, die heeft voor de vakantie klappen gehad van vier meiden. Bekenden van de politie, in de leeftijd van dertien tot zestien. De politie wil weten hoe het nu met onze dochter is voordat ze er werk van maken. Dat is ergens wel aardig, denk ik en terwijl ik mijn schrik wegslik maken we een praatje bij de deur. Even later stappen ze op mijn uitnodiging ons huis binnen.

 

Nu leken ze bij de voordeur geïnteresseerd in mijn schilderwerkjes, maar als ze binnen zijn merk ik daar weinig van. Ik zie ze vooral kijken hoe we leven. Ergens knaagt er iets, maar ze bedoelen het vast goed. Dat houd ik mezelf voor als ze een praatje maken met onze oudste. Die haalt haar schouders op, ze is net wakker. Als de heren weg zijn, voel ik me overvallen. Verdachte. Pesters en gepesten, slachtoffers en daders zijn altijd in een mens aanwezig, niet alleen in mij. We nemen allemaal onze eerste levensjaren mee de wereld in. Het is nog vroeg, helder denken lukt nog niet bovendien heb ik de schrik in mijn benen en buikpijn van dit bezoekje.

 

Buikpijn heb ik ook van de straatcultuur in Coevorden, waarover ik niet hoorde toen m’n dochter voor een schoolkeuze stond, maar waar velen over weten en velen over zwijgen. De pubers weten inmiddels niet beter, halen hun schouders op en lijken gewend geraakt aan deze angstcultuur. Een cultuur waarin diegene met de grootste mond lijkt te bepalen hoe het gaat, niet alleen via social media. Een cultuur die maakt dat er een agent verbonden is aan de school. Hij weet precies wanneer de leerlingen op school zijn, en wanneer niet. Deze zieke cultuur heerst niet alleen op het Binnenhof, zo is het leven hier ook. Leefbaarheid Ammehoela.

 

Ik wil en kan er niet aan wennen. Dus ik zucht nog een keer, steek wierook aan en dans om mijn hart weer te laten kloppen. Hij doet het nog. Loslaten, gronden, grenzen voelen en vertrouwen op het leven Sil. Wat moet komen komt, wat niet nodig is komt ook niet. Ik dans het allemaal en de zon komt weer tevoorschijn. Mijn hart doet het nog, ik leef weer en voel me levendig. Straks ga ik weer aan het werk voor mijn ideale wereld,  daar vind ik mijn zin in.