Integreren

 

 

Na een hele leuke opening op het schoolplein in het dorp, waar ik een bijdrage aan mocht leveren kwamen er leuke ideeen bij me binnen; muziek met de buurt, bijvoorbeeld tijdens Snarenpluk, iets met andere kunstvormen en levensverhalen, hoe we met elkaar omgaan. Het liefst iets wat ik met mensen in de omgeving kan doen, samenwerken.  Met mijn eerste plannen stap ik deze week naar het provinciehuis, die willen na Snarenpluk wel meedenken. We praten over mijn mogelijkheden en ambities. Korte en lange termijn. Maar eerst moet ik uiteraard met een projectplan of meerdere komen, bij voorkeur gedragen door de gemeenschap. Dat vind ik ook een goed idee. Opgetogen rijd ik terug naar Zuidoost Drenthe.

 

Een dag later is er in het dorpscafe een vergadering met de contactgroep. Daar ga ik heen. Er wordt gesproken over de dorpsvisie en budget. Ons huis wordt opgenomen in de dorpsvisie onder het kopje cultuur. Blij word ik daarvan . Tijdens de vergadering neig ik er af en toe naar m'n buurman in de zaal, die uit het westen komt, te waarschuwen voor onze cultuur. Hij roept  vaak iets in de trant van: ‘Dat moet je zus en zo doen’ terwijl de rest van de vergadering daarover zwijgt. Ik zie soms de onmacht op zijn gezicht. Alsof hij zich hardop afvraagt of Drenten helemaal niks willen. Ach nou ja, toe maar. Het is een prachtig theaterstuk, de drentse cultuur, even geleden nog zo prachtig in beeld gebracht door De Hokjesman.

 

Even later vertel ik aan de zaal wat zo mijn ideeën zijn. Voorzichtig en enthousiast. Op z’n drents. Geheel volgens de ongeschreven culturele regels, krijg ik tijdens de vergadering uit de zaal geen of nauwelijks reactie en vertellen na afloop een aantal mensen me, een op een, dat ze m’n idee leuk vinden. Zulke kleine blije reacties geven me moed om door te gaan. Aan het eind van de vergadering meldt de voorzitter van de lokale contactgroep dat alle ideeën die aanspraak willen maken op het budget, via de buurtvereniging moeten worden aangeleverd. Er wordt opgemerkt dat het geld niet gegeven wordt aan individuele plannen en dat iedereen er wat aan moet hebben. Iedereen knikt. Over drie weken moeten de plannen voor de korte termijn binnen zijn. Dat is kort dag. De kaders worden bepaald door de diegene die er dan bij zijn. Daar zijn links en rechts wel opmerkingen over, maar het komt de volgende keer allemaal goed, zo wordt ons verzekerd. Verder geen vragen. Ik stel ze nu ook maar niet. Er is vermoedelijk ruimte tussen de regels. Dat is me helder.

 

Na afloop drinken we een borrel en meld ik me bij de man die namens onze buurt bij de vergadering is om een afspraak te maken, maar hij blijkt de contactpersoon namens de buurt. Hij vertelt me dat bij iemand anders moet zijn, hij geeft me twee namen. Het dorp, waar ik nu bijna 2 jaar woon, is met zo’n 300 inwoners met recht een grote organisatie in het klein. Ik stuur de volgende dag een mailtje naar het bestuur van de buurtvereniging, ik kan ook aanbellen maar je weet nooit of dat gelegen komt. Ik vraag of we vrijblijvend kunnen praten over m'n ideeën.

 

Een dag later bel ik en krijg ik te horen dat het bestuur nu niet wil praten. Bam! Dit had ik niet aan zien komen. Ze hebben mijn toestanden al eerder besproken in een vergadering, dus mijn bijna buurvrouw kan helder als glas zijn. Ze vindt, met de rest van het bestuur, dat ik eerst op een bijeenkomst van de buurtvereniging moet komen, zodat ik kan zien wie nog meer m’n buren zijn en wat die willen. Ze doelt duidelijk niet op de buren waar ik het afgelopen jaar al prettig kennis mee heb gemaakt. Nadat ze me vraagt waarom ik afgelopen jaar niet bij de activiteiten van de buurtvereniging was leg ik voor dat ik januari me had aangemeld voor de jaarvergadering met borrel, maar dat die vanwege onvoldoende belangstelling uit de buurt werd uitgesteld naar een datum dat ik niet kon. Het familiefeest heb ik om andere redenen aan me voorbij laten gaan. Er waren nog een paar activiteiten, maar dat sloot niet aan bij onze behoefte. Ik was er bij niet bij afgelopen jaar, wel maakte ik op verschillende manier kennis met mijn omgeving, zo dronken we regelmatig een borrel met verschillende buren, en ze kwamen ook bij ons over de vloer, ook bij concerten. Maar dat laatste is een natuurlijke vorm van burenbeleefdheid, hoor ik nu. Ach nou ja toe maar, ik heb ook geen zin om mezelf te verdedigen.

 

Aan de telefoon krijg ik meer te horen over het belang van de buurtvereniging, die zoveel mogelijk activiteiten organiseert- want iedereen heeft het druk- in overeenstemming met de wensen van de bewoners. Het is moeilijk om mensen enthousiast te maken voor de dingen die worden bedacht, maar de familiedag was een groot feest. Iedereen was er, behalve wij. Ik proef in alles dat ik daar mijn kans heb laten liggen. En verder is de bespreking van de dorpsvisie en budget een verhaal voor de politiek, zo begrijp ik nu. Daar heeft de buurtvereniging in dat op zicht geen rol in. Het bestuur ziet mijn activiteiten als een gewoon commercieel bedrijf en daarom willen ze mijn activiteiten niet steunen, en nu ook niet met me praten. Ook de flyer van de concerten wordt niet via mail verspreid, want daar kan de buurtvereniging niet aan beginnen.

 

Daar zitten we dan aan de telefoon. We voelen ons beide in het nauw gedreven. Zij zegt het. Ik niet. Ik zou nu graag even naar haar toe fietsen voor een kop thee om verdere escalatie te voorkomen, om gewoon even de hand te schudden, maar dat is dit jaar dus niet meer mogelijk. De deur is nu dicht. Ik probeer me ondertussen een moment te herinneren dat ik me zo machteloos voelde, geen kans kreeg, maar er komt niets bij me op. Ik vraag of ik in de toekomst wel kans maak om in gesprek te gaan, waarop ik te horen krijg dat ik het beste bij de eerstvolgende vergadering van de buurtvereniging kan komen. Dat is waarschijnlijk januari 2019. Ik zeg dat ik hoop dat die vergadering dan niet wordt afgelast. Later bedenk ik me, dat ik dat niet had moeten zeggen. Te laat.

 

Als ik de telefoon neerleg, denk ik terug aan de bijeenkomst in het dorpscafe, waar iedereen zo hartelijk en vriendelijk was. Hoe blij en hoopvol ik daar vertrok. Maar goed, ik moet maar wat meer geduld hebben, eerst oude wegen bewandelen om nieuwe te ontdekken. Ik wil ook blijvend aan mijn eigen gezondheid denken. Iets nieuws doen is al spannend genoeg, en samen creatief zijn en werken aan samenleven gaat niet vanzelf. Dus ik zucht nog een keer, en denk terug aan de film Chocolat die ik afgelopen zomer weer eens zag, en aan Billy Elliot die ik gisteren zag. De scenario’s zitten vers in m'n hoofd.

 

Ik kijk naar het geweldige uitzicht dat er deze week weer is. Het mais is van het land. En terwijl ik de ruimte in staar denk ik aan alles wat er wel is, aan de weg die ik ben ingeslagen. Waar die weg uitkomt weet ik niet, maar wat geeft het. Tussen de regels is er genoeg ruimte en ik vertrouw voorlopig op een goede afloop van mijn film.