Ongeremd

 

De bus staat er al, ik doe m'n auto op slot en loop er naar toe. Het is al een tijdje geleden dat ik in Nederland in de bus stapte. In Dalerveen komt geen bus, tram of trein. Op het platteland komt door de weeks, één keer per uur een bus, als je in een woonkern huist, en geluk hebt. Veel is wegbezuinigd. Rondom deze bus in Rotterdam zie ik niemand. De chauffeur is net uitgestapt en steekt een sigaretje op. Vertrek je zo? vraag ik hem.' Ja dat is wel de bedoeling,' zegt hij, '..... maar ik heb hem even gereset.' Hij wijst naar de achterkant van de bus. 'Misschien helpt het' zegt hij. 'Wat is er mis mee?' vraag ik nieuwsgierig. Waarop hij dichterbij me komt staan. Alsof niemand het mag horen, dan doet hij zijn hand voor zijn mond en fluistert: ‘De remmen doen het niet zo goed.’ Hij kijkt me even aan, en het is even stil tussen ons. Alsof ik in een mistige film terecht ben gekomen, en dan vervolgt hij met ‘Het is druk in de stad, ik vind het maar niks.’

 

'Waarom rijd je er dan mee?'vraag ik. 'Goeie', zegt ie. Hij zucht. Het is weekend, vandaag zijn er twee in plaats van drie monteurs actief. Veel te weinig, want veel materiaal is nou niet echt je van het. Hij neemt een hijs van z'n sigaret, terwijl ik kijk naar de grote auto’s die voorbij rijden en ook de stad intrekken. Maar zegt hij, met onvervalste rotterdamse tongval: 'Ik maak me er niet meer druk om. Ik werk vandaag over, op verzoek, drie dagen in plaats van twee. Oude lullendagen hè? Hij knipoogt. ‘...dat krijg je als je richting 60 gaat en er overal chauffeurs te weinig zijn.’ Hij hoeft geen gas meer te geven, hij zit wel goed geloof ik.

 

'Krijg je straks op je sodemieter als we vijf minuten na de dienstregeling vertrekken?' Ha! zegt ie een beetje besmuikt, 'ze doen maar lekkerrrr. Man, met dat geknijp op materiaal en mensuh hebben ze toch geen poot om op te staan?!' Ik geef hem gelijk, terwijl ik naar de display op de bus kijk. Die doet me denken aan een videoclip uit de jaren '80. Het knippert aan alle kanten. De chauffeur gooit zijn peuk weg en merkt op dat dit is wat je krijgt als het alsmaar goedkoper moet. Samen stappen we in de discobus, levenslink, maar we wagen het er op. Hij drukt op een knopje en de hele bliksemse boel start weer op. Wat een techniek.

 

Als we even later wegrijden en er meer mensen zijn ingestapt hoor ik de chauffeur geintjes maken en praten met de centrale. ‘Ja ik heb hem net gereset zeg ik je, maar dat helpt natuurlijks nihiks.’ Hij zucht nog een keer. De andere kant van de lijn hoor ik met een even zo relaxte stem zeggen: ‘Kun je niet ff zelf een andere bus regelen joh? want de monteur is nog wel ff bezig.’ En terwijl de chauffeur ook nieuwe passagiers begroet, antwoordt hij ‘Tuuuuuuuurlijk jonguh, doe ik, géén probleem.’ Ik neem een spottende ondertoon waar, waar ik in mezelf erg om moet lachen. Ik houd van die Rotterdammerse cultuur. 

 

Ondertussen kijk ik naar de stad en hoop ik stiekem op zo'n drempel waarbij we even ongeremd samen over heen vliegen. Dat kriebelt zo lekker in m'n buik. Zoals dat eind jaren ‘80 elke dag op lijn 77 Stadskanaal - Emmen ging: gele stinkende Gado/DVM-dieselbussen met donkerrode leren stoelen, vaak met zwarte stift beklad. Allemaal slecht tot zeer slecht geveerd. Achterin de bus, op het wiel, en dan over de toenmalige drempels bij Klijndijk. Drie keer, Ha! dan vloog de bus. Vlinders en iedereen tegen het plafond. Vliegen is fijn, vooral samen, in de bus.