Kromgebogen

 

Kromgebogen over zijn winkelwagen draalt hij door de winkel. Hij zucht zich een weg tussen de mensen. Ik zie hem lopen terwijl ik bij de groente sta. Zijn karretje verraadt zijn leven: een paar blikjes bier en een magnetronmaaltijd. Hij kijkt op als ik even later langs hem loopt.

 

Ik zie dat hij me ziet. Dan recht hij zijn rug en bekijkt me van top tot teen. En weer terug. Och, zegt ie, ‘wat vínd ik dat mooi! Zukse vrolijke kleren!’ Zijn stem is hard en vanuit het niets staat hij de hele winkel te verlichten. ‘Dankjewel’ zeg ik terwijl hij me aan staat te staren.

 

Anderen merken dit moment tussen ons niet op. Het is het even stil. Dan kijkt naar mn klompen, slikt een keer, wijst met zijn vinger naar de grond en zegt dan: ‘Ja ik moest even denken, maar nu zie ik het: Jij bent een vrouw!’

 

Ik lach. Even schiet er door me heen dat er misschien steeds meer mannen in jurken, en transgenders in Nieuw Amsterdam rondlopen en dat je je dus wel een keer bedenkt voordat je zoiets zegt. ‘Dat heb je goed gezien’ zeg ik. Hij is blij. Dan kromt hij zijn rug weer, kijkt hij weer voor zich uit en vervolgt zijn weg naar de kassa...