GLO


De uitnodigingen voor het GLO (Geheime Lijnen Overleg) waren nog maar net de deur uit. Herfst. Over een maand was het weer zover. Henk uit Assen verheugde zich er weer op. Samen met zijn vakbroeders uit het land de hei op: lekker eten, goed glas wijn, en nog een, de vrouwen wild, fles whiskey op tafel, de haren lekker los. Maar er was nog wel een dingetje dat hem niet lekker zat.

 

Vorige week had hij Kees uit Brielle, maar weer eens gebeld. Die had zijn huiswerk al gedaan. Duizend handtekeningen voor het doortrekken van de metro van Spijkenisse naar Brielle! Henk was jaloers, en zei: ‘Niet slecht jong.’ Kees had vanuit zijn achterkamer de mensen gemobiliseerd. Om het maar eens in vaktermen uit te drukken. Woest waren de mensen in Brielle geweest omdat ze na jaren vragen en klagen nog steeds niet met de metro via Capelle naar Rotterdam konden. Te zot voor woorden! Later belde hij met Sheila uit Veghel, zij had in het schone Noord Brabant opnieuw het Duitse lijntje aangeslingerd. Met succes! Zelfs Omroep Brabant had het bericht via twitter opgepikt. Zo was ook Sheila verzekerd van toegang tot het GLO.

 

Maar Henk, hij zat nu een beetje in zak en as, want hij had dit jaar op kantoor vooral uit zijn neus zitten vreten. Dat gaf verder niks, niemand had er iets van gemerkt. Maar voor het GLO weekend kneep hij hem. Dit feest waarin hij met zijn soortgenoten los ging, en wat in de wandelgangen keurig GLO werd genoemd, wilde hij niet missen. Zaterdag tijdens het vissen had hij terwijl hij naar zijn dobber keek er over zitten mijmeren. Hij had niets gevangen, zelfs niet nadat hij had bijgevoerd. Het deed hem alles vergeten. 

 

Maandag leek een maandag zoals elke maandag. 's Morgens op kantoor had hij zoals altijd eerst zijn broodtrommeltje in zijn rechterla gelegd, zijn telefoon netjes naast de foto van zijn vrouw geplaatst, zijn computer aangeslingerd en koffie gehaald. Hij keek naar buiten en zuchtte. Nog drie weken tot het GLO. Het regende buiten. Assen. Dit was het leven, zo zou het altijd zijn. Genieten deed hij niet op zijn werk, al keek hij toch graag even op als Mirjam van Personeelszaken langs zijn kantoor liep. Dat rokje, die benen. Maar nu: Wat moest hij namens Drenthe melden? Dat alles gebleven was zoals het was? Dat er geen besluiten waren genomen? Dat Drenthe er niets aan had gedaan? En hij de toegang tot het GLO wel op zijn buik kon schrijven....? Somber trok hij zijn linkerla open. Hij pakte wat papieren die ook deze week vooraan lagen: procedure ziekteverzuim collega’s, een nieuwe corporate governance policy waar hij de ballen van begreep, en wat aanwijzingen vanuit het middenkader. Eigenlijk kon alles zo huppetee de prullenbak in. 

 

Soms zat alles tegen. Die ochtend deed Henk om 9.45 uur zijn la weer dicht, maar klemde er iets. Hij keek naar de la, trok nog een keer, ging op de knieën, keek nog eens in de la en zag achterin de la een papier, een notitie. Iets wat onderop was beland. Het moest van vorig jaar zijn, of het jaar daarvoor. Hij pakte het, en zag met grote ogen: Aanleg spoor Groningen -Emmen- Enschede. Het lijntje die er niet kwam en nooit zou komen. Het was herfst. De zon brak door, Mirjam kwam langslopen, Henk keek op van de vergeelde notitie, lachte en verheugde zich ineens op het GLO. Hij had niets meer te verliezen. Hij nam het document in zijn hand en slingerde de notitie weer een keer de wereld in. Enter. Hij ging achterover zitten wachten, nam een slok van zijn koffie. De wind stond gunstig. Nog even... en ze hapten.