Memento mori

 

Een week geleden is het nu, maar ik krijg het moment niet meer van mijn netvlies. Mijn oudste dochter zat een paar uur achter de piano. Vals en niet meer te stemmen, die piano. Ik besloot dat er snel een alternatief moest komen. Een warm bad, een goed en gestemd instrument, is immers wel een eerste vereiste als je iemand ergens voor wilt aanmoedigen. Op markplaats vond ik een keyboard, van een goed merk. Ik stuurde een berichtje en kon aan het eind van de middag terecht. Opgetogen reed ik naar Emmen.....

 

Ik parkeer m'n auto bij een verzorgingsflat, kijk twee keer op m'n telefoon of het nummer klopt, en stap de flat binnen. Daar bel ik aan. Een oudere dame aan de andere kant van de lijn zegt dat ik binnen kan komen, met de lift en op de tweede etage moet zijn. Ik moet eerst door een tussendeur, maar die is alweer dicht als ik ervoor sta. Een andere bewoner van de flat doet de deur voor me open. ‘Je moet hier snel zijn’ zegt ze. Als de deur open is gegaan treed ik een andere wereld binnen; het licht is er flauw, op de deuren zitten sloten, de vloerbedekking is grijs en grauw. Aan de muur hangen borduurwerkjes uit een ander tijdperk. Dat brengt wat kleur. De mensen die ik tegenkom op weg naar de lift kijken niet op of om. Ze zijn in hun eigen wereld. Dit is niet zomaar een flat, geloof ik. Ik stap de lift in en heb geen idee waar ik terecht ben gekomen. De vrouw van wie ik het keyboard wil kopen komt naar me toegelopen als ik de lift uitstap. 'Loop maar met me mee,' zegt ze. De gang waar we doorheen lopen doet me denken aan hotelgang eind jaren '70. We stappen haar appartement binnen.

 

De vrouw loopt voor me uit en wijst naar een man. Hij komt naar ons toelopen. 'Hij kan er niet meer op spelen.' zegt ze. Ik geef hem een hand. Dan pakken we samen het keyboard uit het plastic zakje dat ze er zorgvuldig omheen hebben gedaan. Ik hoef het apparaat niet te testen, zoals ze er nu mee omgaan heb ik het gevoel dat ze eerlijk zijn over de kwaliteit van het apparaat. Maar de vrouw zegt: 'Speel maar even. Je mag alles testen.'  Voor de vorm speel ik er even op, en zeg ik dat ik hem graag meeneem. 'Mijn kinderen willen graag spelen.' zeg ik. De vrouw kijkt verheugd op, dat doet haar zichtbaar goed.

 

Ik heb geen enkele behoefte om over de prijs te praten, dat heb ik nooit maar nu al helemaal niet, dus ik betaal de vraagprijs. Via de bank zoals in de advertentie stond gemeld. Ik vraag of ze de betaling op m'n telefoon wil zien, maar ze zegt: ‘Nee dat hoeft niet, een beetje vertrouwen in de mensen kan hier toch?’ Ik knik. Haar vertrouwen in mensen is me veel waard. Een mooi mens staat tegenover me, daar betaal ik ook liever teveel dan te weinig aan. Zo werkt dat blijkbaar bij mij. Terwijl ik mijn telefoon weer in mijn tas doe, doen de man en de vrouw samen het plastic weer om het keyboard. Van mij hoeft het niet, maar ik wil hen ook niet belemmeren in hun doen. Het doet me denken aan jonge ouders die hun baby aankleden: heel geduldig en zorgzaam. Ze vertellen dat ze al 55 jaar bij elkaar zijn, waarop ik zeg dat het fijn is dat ze samen kunnen zijn nu. Ik geniet van de manier waarop het plastic vol aandacht om het keyboard gaat.

 

De vrouw geeft het aan me, en ik neem het onder m'n arm mee. Als we het appartement uitlopen, zegt de vrouw met haar hand voor de mond: ‘Ja mevrouw, hij is dement, hij kan het niet meer.’ Haar blik verraadt haar machteloosheid. Ik zie verdriet in haar ogen. ‘Ik had gehoopt dat hij door dit instrument zich nog iets kon herinneren van wat hij vroeger op het kerkorgel speelde, maar er komt niks meer.' Ik kijk op en ze vertelt verder: 'Hij kon er helemaal in opgaan, hij werd er altijd blij en opgetogen van, ook als hij humeurig was..... maar hij vindt spelen nu te ingewikkeld met al die knopjes.’ Ik buig mijn hoofd en ben er stil van. Ze had haar hoop op muziek gevestigd, maar tevergeefs. Hij komt er niet mee terug. Hij verdwijnt langzaam maar zeker. Ik probeer me voor te stellen hoe het is, als ik of iemand van wie ik veel houd op een dag geen muziek meer kan maken, de uitlaatklep, de motor niet meer kan bespelen. Niet meer tot leven komt, zoals toen. Ooit.

 

Haar gelaat verraadt dat ze met zijn verdwijnen zelf ook sterft, beetje bij beetje. 

 

Ze zegt: ‘We wonen hier nog niet zo lang, maar het is wel wennen hoor.' Ik kijk op. 'Ja, nu gaat elke dag om 20 uur de deur op slot. Dat voelt elke dag benauwd.' Ik slik, de idee dat je 's avonds niet meer weg zou kunnen benauwd mij ook. 'Vroeger woonden we op Erica, daar hadden we alle ruimte en alle tijd. We woonden in een groot huis.’ Oei, dat is flink slikken.' zeg ik. Ze knikt. Ze loopt met me mee naar de auto en we leggen het instrument er samen in. De muziek gaat door naar een volgend leven en we nemen afscheid. Terwijl ik wegrijd zwaait ze nog even. Even later zie ik via mijn spiegeltje hoe ze een beetje kromgebogen terugloopt naar de tweede etage, waar haar man misschien niet op haar wacht.

 

Onderweg naar huis razen enkele automobilisten, die racen tegen de tijd, aan me voorbij. Ik vertraag vanavond, het grote geluk is nu, hier voor mij. De muziek gaat met me mee.  Carpe diem.