Samen

 

 

Iets doen wat je samen leuk vindt, is makkelijk. Maar je leert elkaar beter kennen als je iets doet wat de een wel leuk vindt maar de ander niet. Zo is voor sommige mensen winkelen een paradijselijke ervaring. Niet voor mij. Na een ochtend door Londen te hebben gelopen met mijn oudste dochter, moet ik er echter een keer aan geloven. Ze wil heel graag kleding van een grote winkelketen. Dertien is ze, en ze vindt shoppen geweldig. Ik wil me met liefde in haar leven mengen en elke liefdesrelatie moet met grote regelmaat op de proef worden gesteld, daarin leer je jezelf en elkaar kennen. Zonder het wiel van leven & dood & leven wordt elke relatie immers vlak en grijs. Ik wil daar niet voor weglopen.

 

Dus we gaan een grote winkel binnen. Daar knalt het felle licht, gericht op de kleding me tegemoet. Lelijk. Ik doe mijn zonnebril er maar bij op. De kledingrekken staan dicht op elkaar, en samen met veel andere mensen wurmen we ons door deze ruimte. Zwart plafond. Witte vloer. Het is warm, veel warmer dan in mijn huis, maar iedereen loopt hier met de winterjas aan. Een kapstok is er niet. De mensen om ons heen zijn druk met het uitzoeken van spullen, het is vlak voor kerst. Een jacht is gaande, iedereen hier is daar nu op gericht. Terwijl  het spel van de jacht gaande is zie ik jonge mensen in een hoog tempo pogingen doen om orde aan te brengen in de jachttrofeeën. Er zijn veel kassa's open en er staan lange rijen voor. Ik verbaas me over de overvloed van alles dat wordt aangeboden. De hoeveelheid, welteverstaan. ‘Wat een onnodige troep,’ zeg ik tegen mezelf. De prijzen zijn schrikbarend laag, ik weet niet wie hiervoor betaald. Het licht, de ruimte en het consumptieve leven dat zich om me heen voltrekt zuigt alle energie uit me weg.

 

Ondertussen zie ik hoe mijn dochter opgaat in dit tafereel, en ik zie haar twee truien omhoog houden en twijfelen welke kleur beter bij haar past. Ze gaat haar gang. Ik ga in een hoekje zitten. Op de grond. In stilte schreeuw ik dat ik hier weg wil, maar ik moet geduld hebben, wachten. Dat had ik me in alles voorgenomen. Bovendien past vertragen goed bij het seizoen. Nu ik hier zit baal ik ervan dat ik geen enthousiasme kan opbrengen voor iets wat zij heel erg leuk vindt. Iets wat zij het allerliefste doet. En ik weet ook niet hoe ik moet omgaan met de eigen morele vraagstukken rondom hedendaags consumptisme en opvoeding. Die onmacht. Ik kijk voor me uit en m’n tranen beginnen te stromen. Ik laat het gebeuren. Nee ernstig is dit niet: tranen geven altijd lucht, en ik ben blij dat ze vanzelf komen. 

 

Als m’n oudste dochter even later trots met een mandje kleding bij me komt staan, zie ik aan haar blik dat ze schrikt van mijn tranen. ‘Het is niet ernstig’ zeg ik rustig ‘ik ben moe. Ik voel me hier niet ok en wil hier heel graag weg.’ Ze is altijd al gevoelig geweest voor mijn stemgebruik. Ze geeft me een kus op m’n voorhoofd, en zegt: ‘Oh gelukkig ik schrok al!’ Ze houdt van duidelijkheid, kort en bondig. Dan laat ze enthousiast de kleding aan me zien, en ga ik mee in haar enthousiasme. Ik laat haar kiezen. Na het passen, rekenen we af. Op weg naar buiten geeft ze me weer een kus en kijkt ze me nog een keer aan. Ik kijk naar haar. Ik geniet van haar blijdschap. Eenmaal buiten verwelkom ik de buitenlucht van de stad in m’n longen. We staan nog even zonder woorden heel dicht tegen elkaar aan en vervolgen dan onze weg. Samen.

 

Morgen gaan we kunst kijken. Dan zijn de rollen omgedraaid.