Blue

 

Deze week kreeg ik de vraag hoe ik mezelf verhoud tot naastenliefde, vrijheid, trouw, lichamelijkheid, genderspecifieke spiritualiteit en gerechtigheid. En of ik die termen 'even' op elkaar wilde laten aansluiten. Het liefst niet te lang en in begrijpelijke taal. Ahum. Een hele mond vol begrippen. Nu kan ik uren kauwen op één woord. Ik houd van taal, van filosofie, van hermeneutiek. Ik ben ook dol op verbindingen, dat dingen kloppen en ik wil vooral moeilijke vragen niet uit de weg gaan. Dus.... Waar begin ik?

 

Om de begrippen te kaderen dook ik in mijn afstudeerthesis, waarmee ik m'n theologie opleiding vijf jaar geleden afrondde. De thesis kreeg als titel 'Spiritueel moederschap openbaart en bevalt' mee. Heel kort gaat de thesis over geboorte. Hoe barmhartigheid leidt tot barmhartigheid. Hoe je als je na een periode van honger, dorst en beklemming door geboorte ruimte ervaart om te ademen en je horizon verbreedt, je gevoel van vrijheid toeneemt. Kortom, hoe pijn en verlossing bij elkaar horen. Tekort? En/of meer weten? Je kunt het hier nalezen.

 

Terug naar de vraag. Ik vind mijn kaders in de natuur van de mens, de grond in mijn eigen weerbarstige bestaan. Het bestaan dat leeft met geheimen en taboes. Dat zie ik ook terug in de film 'Blue' van Kieslowski. Het eerste deel van de prachtige trilogie Blue, Blanc, Rouge; Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap. Aan de hand van deze film uit 1993 reflecteer ik op de steeds terugkerende cyclus van leven, dood, leven. Ik vertel hierna het plot van de film, en betrek alleen de twee vrouwelijke hoofdrollen. Als je de film niet kent en wilt zien raad ik je aan eerst te gaan kijken voordat je verder leest.

 

Blue

In de film Blue zien we een vrouw die lijdt om wat er niet meer is. Haar dochter en haar man zijn tijdens een auto ongeluk om het leven gekomen. Zij heeft het overleefd. De pijn kan en wil ze niet onder ogen komen. Ze wil dood. Ze wil het gevoel onderdrukken en dat lukt haar. Een beetje. Alle herinneringen doet ze in de ban. Ze leeft niet meer. Op een dag komt ze er achter dat haar man een vriendin had. Ze wordt nieuwsgierig en zoekt de vrouw op. Zij heeft ook van haar man gehouden. Als ze haar gevonden heeft, blijkt de vriendin zwanger van de man. De minnares is bang voor de haat van de vrouw. Want wat zal de weduwe doen? Dit ogenblik in de film is heel spannend.  De barmhartigheid wint. De minnares laat haar angst zien aan de weduwe. De weduwe zwijgt en ontfermt zich vervolgens over de minnares. De minnares zegt dat de weduwe goed en gul is, zoals de man haar had verteld. Na dit moment is er ruimte voor de tranen van de weduwe, waarna ze weer tot leven komt, ze vrijt met passie met de vriend van haar man en ze maakt de muziek die ze grotendeels componeerde met haar overleden man af. Luister: Dit is het muziekstuk*

 

Deze film is een meesterwerk, ik heb het vaak gezien. Steeds zie ik nieuwe elementen die een andere blik werpen op de werkelijkheid. Hoezo barmhartigheid? Wat nou vrijheid? En wat is dat waarom zoveel mensen er naar verlangen? Voor deze tekst focus ik me op het proces van de twee vrouwelijke hoofdrolspelers, de rol van barmhartigheid en herinner ik me dat de liefde vreugde vindt in de waarheid. Eerst de minnares.

 

De minnares

De minnares komt halverwege de film in beeld. Haar verdriet om het overlijden van de man zal niet minder geweest zijn dan die van de echtgenote. Ze hield van hem, en hij van haar. In de werkelijkheid mag dat niet. De wetten van de westerse wereld schrijven voor dat je je liefde met één partner deelt. Niemand kan dat zonder een deel van zichzelf te verloochenen, gevoelens te onderdrukken. Het is er ingeslopen toen eigendom, bezit met het huwelijk zijn intrede deed in onze samenleving. Heel lang geleden, toen bezit belangrijk werd. Het huwelijk als contract om een ander mens boven anderen te plaatsen. Voor mij is het een monotheistische kijk op liefde. Of om het met andere woorden te zeggen; eerst hangen we onze tienerkamer vol met verschillende idolen en daarna willen we geloven dat er één ware is, voor een paar jaar of een leven lang. Ik hoor Dirk de Wachter en Esther Perel spreken over die valkuil, en om me heen zie ik hoe we elkaar voor de gek houden, waarheid verdoezelen. Tja, met bezit komen ook jaloezie en hebzucht mee. Het leven is kort en veel te kort om te liegen of te zwijgen. Toch doen we dat, vaak omdat we ook bang zijn voor mensen van wie we veel houden. Bang om te sterven, en of elkaar kwijt te raken. Ik ook. De eerste keer dat ik mijn gevoelens voor anderen deelde met mijn huisgenoot staan op mijn netvlies gebrand. Wat was dat eng! En nog steeds vind ik het eng om daarover te praten. Maar het moet, ik wil er niet mee blijven rondlopen. 


Terug naar de film. De meestverachte rol in onze samenleving is misschien wel de rol van de minnaar/minnares. Misschien spreekt de rol van de minnares in deze film me daarom zo aan. Haar pijn blijft ongezien. Zij is geduldig en brengt de weduwe redding, onder andere door zichzelf kwetsbaar op te stellen en haar barmhartige houding. Zij laat me zien dat wie of wat je haat, je redding zal brengen. De minnares is niet jaloers en rekent niemand iets aan. In de minnares ontmoet de weduwe haar gelijke.

 

De weduwe

De weduwe en de minnares vinden elkaar in het verdriet van het verlies. De weduwe krijgt van wie ze het het minst verwacht het leven terug. Dat doet me denken aan barmhartigheid. Zo eindigt de film. Voordat het zover is, zien we de weduwe pogingen doen om haar verdriet te onderdrukken. Ze zet al haar zintuigen op slot, zodat ze geen gevoel meer hoeft toe te laten. Ze doet alles om te vergeten. Een andere plek om te wonen bijvoorbeeld. En als ze in haar hoofd zit, hoeft ze ook niets meer te voelen. Het leven zelf geeft steeds signalen van nieuw leven, maar ze kan het niet leven. Ze voelt nauwelijks iets. De pijn sluimert voort en de vrouw verwond haar lichaam. Ze ziet geen uitweg meer, en wil ook dood. Zo begint de film. In deze rol zie ik ook facetten van mijn eigen leven terug.  Ook ik zoek een weg in het loslaten en ben ik met mezelf in gevecht om alles waar ik geen invloed op kan uitoefenen.

 

Zo herken ik in beide vrouwen iets van mezelf terug. Ook ik loop rond met pijn die me verwond zoals de weduwe toont in de film, en ik ben bang voor de veroordeling van mensen van wie ik houd, en doen veroordelingen me pijn. Zo leveren angst en pijn dikwijls een gevoel van eenzaamheid op. Ik haat dat gevoel. Ik loop er het liefst met een grote boog omheen. Zinloos. Alles wat m'n leven nodig heeft, dient zich toch wel aan. In de film laat de minnares me zien dat m'n eenzaamheid me misschien ook zal helpen. In de eenzaamheid vind ik namelijk steeds opnieuw de moed om een drempel over te gaan. Het gebeurt in mij, diep onderin mijn buik. Daar waar alle leven begint. Daar waar niemand bij kan, behalve ikzelf. De minnares laat me zien dat als ik klem zit, en geen uitweg meer zie, het bevrijdend werkt als je je gevoel uit. Soms boos, soms bang, soms verdrietig, soms blij en soms vragend. Het is steeds een zegen als dat met liefde wordt ontvangen. Zoals een pasgeboren kind wordt ontvangen door de moeder. In het verlangen naar vrijheid hoop ik dat steeds de moed vind om die drempel over te gaan met mensen waarmee ik leef en sterf.

 

Tot slot. Op een planeet waar iedereen alleen is op het levenspad dat je loopt, alleen is in de gevoelens die dat met zich mee brengt, voel ik me rijk verbonden met alles en iedereen. Wat kan ik anders dan ieder ander ook het volle leven te gunnen?... en de mogelijkheid om voor ieder ander een veilige ruimte te creëren. Dat houdt niet op bij de voordeur of de landsgrenzen.  Ik voel me gezegend met mijn huisgenoot die me tot op heden een veilige ruimte bood, en een paar mensen in mijn omgeving die hetzelfde doen. In het verlangen naar vrijheid kruizen onze wegen elkaar steeds opnieuw. Het geeft een diep gevoel van verbondenheid: elkaar de ruimte geven om te zijn wie je bent. Grenzen te voelen. Om te ontdekken. Om trouw te zijn aan jezelf en je idealen. Om met de angst in je hand elkaar te durven laten weten wat je voelt, met of zonder woorden. Om liefde met waarheid recht te doen. Om samen nieuwe wegen van leven te ontdekken.... 

 

 

 

* Componist: Zbigniew Preisner