Een pleidooi

 

Niet-doen. Niks. Kijken, hooguit. Zien. Kunst. Of horen, muziek. Ik doe mijn ogen dicht.

 

Na een korte rit stap ik het museum binnen. Een vriendelijke man vraagt bij de kassa of ik een audiotour wil, maar ik weiger. Opnieuw. In het museum is veel te lezen; de achtergrond van de kunstenaar, de tijd waarin hij leefde. Ik bekijk het. Het museum neemt me zo mee naar een andere eeuw, de tijd waarin de kunstenaar leefde. Er is ook veel te horen. Bij elk schilderij is een verhaal over het hoe en waarom, een analyse.

 

Ik stap de eerste zaal in, en zie veel mensen lopen en staan. Zij aan zij. Met m'n 43 lentes trek ik wederom de gemiddelde leeftijd flink omlaag. De audiotours echoën via de oren en door de ruimte wordt de kennis gedeeld. Het gonst van wetenswaardigheden en er worden veel foto's gemaakt.

 

Het is even wennen. De afgelopen twee jaar ben ik meer en meer gewend geraakt aan rust. Dat doet iets met m'n zintuigen, want nu wil ik hier vandaan vluchten, maar tegelijkertijd ook verdrinken in een schilderij, of twee. Dat is soms meer dan genoeg. Ik kan niet wennen aan wat ik om me heen ervaar. Ik mis iets. Ik mis de stilte. Waarom, vraag ik mezelf af. En waarom hier? Terwijl ik naar een minder volle zaal loop zoek ik naar antwoorden op vragen als; Hoe spreekt een schilderij tot mij? Hoe kijken we in 2019 naar kunst? Met welke ogen? En hoe verhouden de ervaring van het kijken en de kennis zich tot elkaar? Zulke dingen. Ik weet het niet. Mijn hersens kunnen niet zoveel onthouden.

 

Op een bankje kijk ik naar buiten. Misschien vind ik het antwoord in het onverwachte, in de ruimte die ontstaat als ik de controle loslaat, de momenten dat ik vind wat ik niet zoek. Ik vermoed dat wat ik dan vind, me anders naar de werkelijkheid laat kijken. Lichtval. Die ruimte, die zoek ik nu hier tussen het schilderij aan de muur en mij. Blijkbaar heb ik daar een toestand van leegte voor nodig, meer stilte dan voor handen in een volle zaal met de echo's van de audiotour. Er schiet door me heen dat ik hiervoor te oud word, maar terwijl ik om me heen kijk brengt die gedachte me in verwarring. Ik zie dat in een minuut er geanalyseerd wordt en kunstkennis uitgewisseld. Ik hoor de snelheid van spreken, dat met de tijd meegaat. Ik zit er bij en ik vang de woorden op. Daarna volgt hun foto. En op naar het volgende kunstwerk.

 

Ik geef het op en zoek naar oplossingen; een stiltekoptelefoon, een cursus mindfull schilderijen kijken, of focussen in de massa, bestaat dat al? Of misschien moet ik een pleidooi voor stilte uren of stiltedagen in musea houden. In Nederland zijn er immers ook stiltecoupes in de trein en de sauna, en bij luisterconcerten weten we toch ook onze mond te houden.

 

Laat maar, ik loop na een paar minuten het museum weer uit. De man van de beveiliging kijkt verbaasd naar me op. Ik kom heus terug, op dinsdagochtend ofzo. Onderweg naar huis herinner ik me deze ergernis uit de tijd dat ik nog wel eens de kerk ging, en de priester steeds vaker en steeds meer uitleg gaf tijdens de kerkdienst. Aargh! Een vriend, ook theoloog, noemde dat de protestantisering van de katholieke kerk: het woord werd alsmaar belangrijker. In zijn ogen kreeg het mysterie in de liturgie steeds minder ruimte. Steeds minder lichaam, en steeds meer ratio.

 

Ik zucht. Start de auto en zet een plaatje op. De muziek kruipt onder mijn huid. Ik luister er naar zonder de bril van de kunstenaar op te doen. De leegte tegemoet. Geen idee wat de audiotour over dit nummer te zeggen zou hebben...

 

...maar ik vermoed dat ik hoor wat door mij gezien wil worden....