Brief voor oma

 

 

Ik wilde schrijven over hoe het leven hier is nu, maar bedacht me dat ik je geen brief kan sturen. Dan maar zo, misschien vang je het ergens op. Ik was gisteravond in Amsterdam, daar ben je nu in twee uur vanaf Zuidoost Drenthe. Heel snel, met de auto en de metro. Ik bezocht een concert in Paradiso, van drie vrouwen, I'm with Her. Wat een klasse. Ze inspireren me, ik kan dat niet uitleggen. Voordat ik het concert bezocht liep ik door de stad. Er is daar veel, veel mensen en er is overal te eten en te drinken.

 

Thuis hebben we ook elke dag te eten, vers. Ik koop m'n eten bij een winkel waar ze onbespoten groente verkopen. Dat noemen ze nu biologisch. De aarde hier is nu helemaal afgegraven, de turfwinning is in deze regio na jouw overlijden gestopt. Op veel plekken op het land kleuren de velden in het voorjaar oranje. Dat komt van gif die de boeren erop spuiten om de planten, waarvan ze niet willen dat die er groeien, uit te roeien. Ja ik weet het, dat ging vroeger met de hand, maar dat is nu te duur geworden. Het eten ligt voor heel weinig geld in de winkel, en er wordt veel weggegooid. Boodschappen doen voor een paar dagen is duurder dan vliegen naar een Barcelona of Praag. Ben jij ooit de provincie uit geweest? Ik kon daar tot nu toe niets over vinden.

 

De akkers zijn erg groot. De machines die het land nu bewerken zijn zo breed dat je hier op de weg in het dorp ze niet meer kunt passeren. De banden van de tractoren moeten dan vol door de berm. Als auto’s een tractor of andere auto moet passeren dan wachten we op elkaar. Die ruimte is er gelukkig. Als ik nu op de weg een tegenligger zie, gaan we meestal al een paar honderd meter voor we elkaar treffen aan de kant, en passeren we elkaar langzaam. Dan zwaaien we vaak naar elkaar, althans ik doe dat. Ik vraag me wel eens af hoe ze dat in de stad zouden doen, want daar is veel gebrek aan ruimte en tijd. Ik begrijp danook niet zo goed waarom ze deze streek een krimpregio noemen. In de stad is de nood best hoog, met steeds minder ruimte en tijd voor meer mensen, maar goed. Ik ga daar ook niet over.

 

Ik woon hier nu twee jaar. Er zijn mensen die hier al hun hele leven wonen, een aantal zien elkaar vaak. Ik heb contact met m'n buren. We zoeken elkaar soms even op, voor een praatje, koffie, een biertje of we lenen elkaar een pak melk. Het is hier heel stil, zeker in vergelijking met de stad. Het mooie is, dat de seizoenen, de geluiden en het licht steeds meer indruk op me maken. Ik geniet van de spreeuwen die onder mijn dak een nest bouwen en het gehinnik van de pony's. Ik kan die geluiden wel dromen. Soms voel ik me alleen, vooral in gezelschap met meer dan twee mensen, en als er dan geen muziek is waar m'n ziel zich aan laven wil. In muziek en in natuur voel ik me altijd thuis, en nooit alleen. Dan voel ik de energie stromen, ik kan dat niet zo goed uitleggen. Het leven is hier nog niet zo verhard.

 

Om me heen hebben veel mensen geen of weinig tijd. Dat zeggen ze ook. Ze hebben het druk, op hun werk bijvoorbeeld. De druk op mensen om te presteren, productief te zijn is heel hoog. In deze tijd wordt ook veel gemeten; van het aantal mollen in de tuin, de stappen die mensen zetten, de koolhydraten die we eten, en het aantal bedden die een verpleegkundige per vijf minuten bezoekt, tot het aantal virtuele vrienden die mensen hebben en de likejes die je krijgt en geeft. Om maar wat te noemen. Wat meette jij vroeger? Wat hield jij bij? Wat was voor jou van belang?

 

Van mij hoeft het niet, dat gemeet. Het onverwachte, de verrassing brengt me veel meer tot leven. In de gemeten wereld vind ik die ruimte niet. De druk op mensen hoor ik ook terug in de snelheid, hoeveelheid en hardheid van spreken. Sommige mensen die veel lelijke dingen zeggen, in de media bijvoorbeeld, krijgen veel aandacht. Het trekt ons blijkbaar aan. Ik zie ook hoe snel mensen reageren op mijn berichten, via telefoon bijvoorbeeld, of hoe snel ik reageer of reageren wil op een boodschap van iemand. Daar schrik ik soms van.

 

In de geschiedenisboeken lees ik dat in jouw tijd de mensen ook druk waren. Gek eigenlijk, want we waren nog nooit met zoveel, dus we kunnen  veel makkelijker de taken verdelen, maar zo werkt het dus niet. Ik weet niet hoe het wel werkt. Ik houd het leven liever kleinschalig, want met hoe meer mensen we zijn, hoe moeilijker het samenleven is. Economie is ook een rare ziekte. Het wil meten, registeren en controleren, en laat geen ruimte voor fouten maken en vergeving, het legt uiteindelijk zelfs het lichaam het zwijgen op. Ik klap er soms van dicht oma, en om me heen vallen mensen er zelfs van om, of ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet meer. Dat is toch raar in een tijd dat er elke dag eten is?

 

Ik begrijp deze tijd dus niet zo goed, voel me er vaak niet in thuis, maar ik weet waar ik het leven wel vind. Naar menselijke maatstaven: vertraging. Dat is mijn rijkdom. Ik vind het in de natuur, in de kunsten, in mensen die leven met hart en ziel. In die ruimte kom ik tot leven. Daarom probeer ik tijd te nemen voor wat zich aandient. Bezig, maar nooit druk. Ademen, gaan en m'n grenzen bewaken. Mijn lichaam is mijn gids. Zo kan ik ergens in duiken, en met dezelfde traagheid of snelheid er ook weer uit. Net hoe ik het zich aandient. Dat werkt voor mij. Zo houd ik ruimte voor het onverwachte, het spontane.... en de liefde...

 

Ja, als ik er nog iets te wensen is in dit leven... wens ik dat mezelf en iedereen toe...

 

Schrijf je me terug?