Ontdekkingsreiziger


Mensen met en zonder plan, ze bestaan. Mensen die orde aanbrengen in chaos, en mensen die dat niet doen. Mensen die geen orde aanbrengen en dientengevolge dingen kwijtraken, zijn ook vaak mensen die vinden wat ze niet zoeken. Ontdekkingsreizigers. Tot die laatste categorie wil ik horen. Marcel behoort vaak tot de categorie mensen die vinden wat ze wel zoeken. Zo kan hij me precies vertellen welke buslijn ik een willekeurige stad of dorp moet hebben, om van A naar B te komen. Niet dat ik met de bus moet, maar toch. Ik zoek thuis ook regelmatig naar zoekgeraakte stukken. Een kaart van Duitsland, een telefoonoplader, een boek. Dan roep ik Marcel aan - de huis Antonius - en heb ik binnen enkele minuten het antwoord.

 

Niet weten waar je iets kunt vinden, heeft ook nadelen. Zo zat ik laatst van mezelf te balen omdat ik vermoedde dat ik een tof boek bij de laatste aanval van opruimhormonen had weg gedaan. Ervan overtuigd dat ik hem toch te vroeg had losgelaten - de keerzijde van nieuwe wegen zoeken. Maar vanmorgen terwijl ik de kaart van Duitsland uit de boekenkast pak - omdat op weg gaan altijd begint met een plan waar niets van terecht komt - zie ik tot mijn grote geluk het boek weer staan. Het staat me aan te gapen, en biedt me perspectief. 

 

Pionieren in een afgebakend landschap, kan dat nog? Is er nog ruimte om de orde te omzeilen of nog beter te doorbreken? Ik vraag het mezelf af als ik in de auto met een halfbakken doel en de kaart naast me de grens over ga. Ik zie wel waar ik uitkom. Onderweg stuit ik op een natuurgebied met een meertje. Zoveel staat er op mijn kaart. Ik stap uit en loop er in. De kaart blijft in de auto. Ik loop door een paar velden, zie water, nog meer water, een adder in het gras. Vogels en ander gedierte in overvloed. Er zijn geen routes en geen hekjes. Ik heb ook geen bordjes gezien. Wel van die opzichtershokjes op wielen. 


Nu weet ik sinds de invoering van het wandelpad, zo'n honderd jaar geleden, niet altijd waar je als mens nog welkom bent in het milieu. Een beetje spannend is het dus ook in zo'n wildvreemd bos. Stel je voor dat er een opzichter me komt zeggen dat ik hier niet mag zijn. Wat dan? en wat dan nog? Ik zit hier en daar, struin rond, geniet van het uitzicht, van de vogels die hun vrienden alarmeren dat ik er ook ben, de stilte die er tussendoor is.

Aan het eind van de dag als ik terugloop naar de auto, kijk ik nog een keer achterom en zie ik dat dit natuurgebied vrij toegankelijk is. Geen mens gezien. O hemel, wat houd ik hiervan. Het bestaat nog, en ik weet het te vinden. Dat geeft de burger moed. Ik neem de vrijheid mee de auto in. Ik mag er zijn.