Samenvallen


De wereld moet overleven! Dat vinden we. En daar hoort het insect bij. Het gaat niet goed met ze, zeggen ze. Het is zelfs op het journaal geweest,  en het stond in de krant. Dus dan is het menens. Om het huis merk ik er weinig van, maar dat komt omdat ik in het paradijs woon. 

In het paradijs zit in huis in de kamer, aan de binnenkant van het raam een bij. Het is de derde bij vandaag. Het gezoem roept me. Ik loop er naartoe en pak het bekertje onder de bank weg. Ik steek mijn neus en kin iets naar voren en kijk naar het beest. Soms moet ik even van raam naar raam, of op de bank of een stoel staan om er bij te kunnen. Soms zeg ik iets, noem ik de soortnaam als ik die weet, of dat ie mooi is, dat ie gevangen zit, of het in paniek is. Dat soort dingen. Dan stel ik het gerust: 'Kom maar hier, ik kom je redden.' In dit spel ben ik Puk van de Petteflet of Jan Wolkers, ik mag zelf kiezen. Behendig schuif ik dan het bekertje over het dier. Dan komt het papiertje erbij, die gaat zorgvuldig tussen het bekertje en het raam. Dan loop ik naar de deur die open staat.

Dit doe ik zo een paar keer per dag. Zomaar tussendoor. Niet iedereen doet dat. Sommigen mensen gaan met een krant dieren op het raam te lijf, en zeggen dan: Vies beest, bah! en slaan ze pats dood. Ik niet, ik geniet als zo'n beestje uit de tunnel kruipt, zijn vleugels uitslaat en de ruimte weer heeft. Wat een vrijheid! Wel jammer dat ie dat zelf niet bedenken kan. Hij gaat gewoon weer verder met zijn ding doen; samenvallen met zichzelf.

Dit jaar redde ik al meer twintig andere bijtjes, vliegen, wespen, een paar wespachtigen, een hoornaar en een merel. Ik word er steeds beter in. Ik geloof niet dat beesten me daar dankbaar voor zijn. Dieren leven of zijn dood. Dankbaarheid is een constructie van de menselijke soort. Het komt voort uit de idee van wederkerigheid en de wil tot, het geloof in, of de hoop op verbinding met onze grond en de omgeving. De uitdaging.

Ondertussen gaan merels niet mooier zingen als ze gered zijn en ook bijen leveren geen blijere honing. Hoogstens hoor ik en zie ik hen op een andere manier, beter misschien. Een verruimde blik dus, dankzij een ongepland moment. Vervreemding. Met als gevolg dat ik even samenval met mezelf, een ander levend wezen, de aarde? In de basis doet de mens volgens mij voor het ecologische systeem namelijk niet ter zake; het kan prima zonder ons.