Stille getuigen

 

De puber heeft uit eigen beweging het gras gemaaid. De grasmaaier en de kruiwagen staan als stille getuigen op het halfgrashalfmostapijt. In de kruiwagen zit het laatste gras, de kruiwagen staat aan de rand er vlakbij. Het kijkt naar mij. Ik lig moe in het gras. De puber is met een aan zekerheidgrenzende waarschijnlijkheid huiswerk aan het maken - dit is een gedachte van hoop. Het laatste stukje ruimt ze niet op. Dat doet ze zelden. Of zelden direct. Het is iets in de genen of in het geslacht, of misschien in beide. Ik ben daar nog niet uit. Als ik zou vragen waarom ze het niet opruimt, komt er geen antwoord. Ik weet het ook niet.

Het is me niet vreemd. Afronden gaat bij mij ook dikwijls in de vertraging. En je kunt een kind niet iets dat je zelf ook niet doet opdragen of leren zonder geweld of andere vormen van repressie te gebruiken. Zo staan van het laatste schilderwerkje ook nog een paar schoteltjes verf te wachten tot ze worden afgewassen. Thuis de was ophangen doe ik wel, opruimen niet. Papiertjes met onuitgewerkte ideeen, ongeschreven evaluaties, etc. Nu ik oplepel wat ik oppak zonder het helemaal af te ronden schiet ik in de lach. Bij mijn moeder schieten de tranen in de ogen. Sloddervos! De theoloog vraagt naar een existentiele reden voor het vertraagde afronden en roept iets over willen bewaren, herinneren, tot het niet durven loslaten van wat geweest is. In het gras mijmer ik voor me uit en denk terug aan de ontroering die ik een paar dagen geleden bij mijn vader zag, toen ik een tekst aan hem voorlas van Kopland over de verzameling van Jopie Huisman- voor veel mensen een niet te verdragen rotzooi. 

'Ik geloof dat ik zie wat hij bedoelt: die man die daar loopt en daar zwijgend en trots om zich heen staat te kijken, die hier woont, hij toont mij zijn geheim, iets waar niets aan te zien is, zijn schuren, waar niemand woont, waar de ongebruikte rotzooi woont die hij schildert. Wat hij laat zien is, dat je deze dingen niet ziet. Ze zijn vergeten, ze zijn er niet voor ons.' 

Vanuit de woonkamer roept de huiswerkmakende puber: 'Moest jij niet even slapen?' Ik leg mijn spullen aan de kant. In mijn eerste slaaproes, voel ik een plens koud water over me heen. Ik gil. Heel hard. Er volgt een watergevecht, waarbij we beide kletsnat worden. We lachen. De lege flessen blijven daarna als antwoord, naast de kruiwagen en de grasmaaier, liggen in het gras.