Vloekhout

Het is een fijne middag. Ik ben alleen in de natuur, en zit net onder een oude boom met een boek. Tijd speelt even geen rol; het leven is volmaakt nu. Er is niets dat ik mis. 

 

Vanonder de boom zie ik dat er een man naar me toe komt lopen. Hij dwaalt wat rond, en komt ongevraagd bij me zitten. We maken een praatje. Hij heeft in de bouw gewerkt, zegt hij. Hij kijkt naar m’n lichaam en scant het. Hij moet er wel wat moeite voor doen; ik heb net m’n t-shirt weer aangedaan. Ik zie waar zijn ogen zijn. 

 

Nu moet je weten dat ik een paar dagen geleden ben begonnen in Het Vloekhout, van Johan de Boose. Het verhaal wordt verteld  door een stuk hout, en begint met een brute verkrachting onder een oude boom (en gaat door 2000 jaar geschiedenis). Dat te lezen maakt me niet gelukkig, maar ik heb mezelf toegezegd het boek uit te lezen. Er is me een interessant en hilarisch plot beloofd.

 

De man heeft pech; ik kan er niks aan doen dat bij mij nu alarmbellen rinkelen. ‘Hoe haal je het ook in je hoofd om alleen de natuur in te gaan?’ zegt een stem. ‘Is het 2000 jaar later voor een vrouw nog steeds anders om alleen op pad te zijn?’ hoor ik een ander zeggen. 

 

Ondertussen heeft hij niks in de gaten, en smijt hij zonder omhaal zijn handel op tafel: hij is vrijgezel, heeft veel geld en houdt van feestjes. Kijk dat zijn berichten. Ik doe ondertussen pogingen om fictie en werkelijkheid te scheiden, dat valt niet mee als alles klopt. M’n fantasie of m’n gevoel - zit dat in hetzelfde hersencompartiment ? - maakt er een potje van. Jammer. Er gebeuren rare dingen met de mens als het besef van tijd weg is.  

 

Na een tijdje praten van zijn kant over dingen die me niet interesseren vind ik het genoeg. Ik zeg dat ik weer verder ga in m’n boek. Hij staat op, houdt m’n hand vast, kijkt me aan, en laat m’n hand later los. Ik groet hem met een glimlach: ‘Daag!’ 

 

Als hij weer is weggelopen pak ik m’n boek en ga ik weer lezen. Maar het is anders dan daarvoor. Ik baal van m’n mindfuck. Denk ik. Stom boek. Of was het boek een goeie waarschuwing? Of zet het me op een fout spoor? Ik heb geen idee of en hoe dingen met elkaar samenhangen. Heel soms denk ik het te zien, dan denk ik te weten hoe het zit, maar daar twijfel ik later dan toch weer aan. Wat rest is een raadsel zonder antwoord. Ik haal daarom m’n schouders op, pak m’n spullen en loop terug naar de auto. 

 

Als ik bij m’n auto kom, zie ik een briefje onder de ruitenwisser, met zijn naam en zijn telefoonnummer, en of ik hem alsjeblieft wil bellen....

 

... en dan moet ik heel hard lachen.