Steeds opnieuw

Ze kan elk moment thuis zijn. Ze is onderweg, en maakt voor het laatst deze rit. Ik zit met een bakkie thee. Ik zie hoe ze de bomen telt, hoe ze de buizerd groet, hoe een tractor passeert. Ze is doodmoe, heeft al dagen geen zin meer om te oefenen. De musical. Alles van school is nu stom. Nog een paar meter. Vandaag de laatste normale dag.

 

De laatste gewone dag in de maanden van afscheid nemen. Juni. Juli. Ik maak het nest leeg, rond af wat is geweest, laat los wat geen leven meer brengt. In de garage staan spullen die weg kunnen. Ideeën voor een volgend legsel sluimeren onder het oppervlaktewater. Het zal zich bezitloos tonen in de leegte die we zomer noemen.

 

Morgen de allerlaatste dag op school; dan zwaait het oude leven haar uit. Ik zie haar rennen en juichen. Hoopvol onderweg naar een nieuw leven dat wacht. Aan de andere kant van de leegte.

 

Ik zie haar dansen, ik hoor haar zingen. Op pleinen, in straten. Elk jaar. Steeds opnieuw. Overal. Altijd.