De auto



Bij de autoverhuur staat een rij. Mensen met grote koffers staan achter elkaar opgesteld. Als ik aan kom lopen, zie ik aan de gezichten dat het lang duurt. Er klopt iets niet. Ik sluit aan en wacht af. Na een kwartier schuift het wat op. Achter de balie hoor ik zuchten. De drie medewerkers klagen. Het is ook heel warm, ondanks de airco. Ik ga verder met vingerhaken. Ik ben op vakantie en mn gevoelsleven is bijna dood. 10 uur vliegen. Wat wil je, da’s niet gezond. Na een uurtje ben ik bijna aan de beurt. Een medewerker zegt: ‘Het systeem geeft errors mensen, we are so so sorry.’ Tja. Achter me mopperen mannen met aktetassen en zwarte koffers. 


Als ik aan de beurt ben, zegt de vrouw achter de balie dat ze geen zin meer heeft. Ik ook niet, zeg ik, ik heb net 10 uur in een vliegtuig gezeten.... maar jíj bent aan het werk, en ik niet. Ze tikt m’n gegevens in, terwijl ik naar haar kijk. Door haar vermoeidheid heen zie ik haar schoonheid. Haar rondingen zijn prachtig, haar haren en ogen gitzwart, haar handen strelen de toetsen. Ik leef op van haar bewegingen en kan mn ogen niet van haar af houden. Als ze me vraagt of ik met haar zit te flirten, zal ik het ontkennen. ‘Neem je wel eens een dag vrij? vraag ik. Ze zegt: ‘Nee, dat zou ik vaker moeten doen.’ 


Nu heb ik de kleinste auto gehuurd die beschikbaar was. Een auto is immers een vervoersmiddel. Ja, da’s een beetje onamerikaans van me. Als het systeem me een auto toegewezen heeft vraag ik of er navigatie in zit. ‘Hmm, nee’ zegt ze. Is het mogelijk het te huren?... ‘Nee.. maar ik kijk even in het systeem wat ik voor je kan doen. Na enkele minuten zegt ze: ‘Ik heb er een .. het kost 200.’ Hmm, zeg ik, laat dan maar. Ik kijk of ik het red via google ofzo. Snap ik, zegt ze met haar mooie donkere ogen. Ik slik. Ze kijkt verder. Ik vraag haar wanneer de laatste keer was dat ze lol had met vriendinnen, en of die dagen nog bestaan? Dat tovert een grote lach op haar gezicht. Dan zegt ze: ‘Ik heb een andere auto voor je gevonden, met navigatie, die mag je meenemen... ik weet niet, maar ik vind je aardig dus ik reken daar niks voor. Als ze bellen om te vragen hoe dat zit moet je maar bij hen klagen dat je een uur hebt gewacht op je auto.’ Wow, da’s een aardige deal. 


Na het afscheid loop ik naar de auto, en sla de hand voor m’n mond. De kleinste die er was zeker. Ahum. Hij staat met grote sportvelgen, blinkend wit op me te wachten. Ik heb er geen verstand van.. maar is dit zo’n formule 1 wagen? 


Ik loop er naartoe, zwaai de deur open en schrik een beetje van alle nieuwigheden. Ik weet niet of dit wel een auto is voor talentrijke, kansarme kunstenaars. M’n handgestuurde en geschakelde twintig jaar oude trouwe altijd smoezelige Xsara voelt zo vertrouwd. 


Ik hap naar adem en flikker m’n tas in de auto. Ik doe direct maar wat aan de aankleding; en gooi in de auto een bananenschil op de grond. Zo die is ook weer ingewijd. Ik kijk om heen en zie links en rechts een paar knopjes die ik maar niet aanraak, want die ken niet. Straks stijgt ie nog op. Als ik achter het stuur ga zitten vormt de stoel met leren bekleding zich naar mn lichaam. De spiegels doen mee. Als ik de motor start vraagt de auto waar ik naartoe wil... ik wil naar bed zeg ik lachend, ik ben moe. ‘I’ll bring you to bed’ zegt de auto terug. Alsof iemand tegen me zegt dat het tijd is om m’n tanden te gaan poetsen...