Selma Duim

 

Na een paar dagen in de bergen moet ik even in beton slapen. In een goed bed. Ik rijd er naartoe. Als ik het huisje betreed dat ik gereserveerd heb, is de eigenaresse boven bezig met een man.

 

De airco is stuk, en hij maakt hem. Zonder airco is het in deze streek niet uit te houden. Elk gebouw heeft het aan staan. Boven is het snikheet. Ik wacht af.

 

Na een uurtje heeft de man het gerepareerd en komt hij naar beneden. Ik zie hem vanaf de bank waar ik op ben geplofd. Het zweet gutst van z’n kop. Hij veegt het er af, en zegt wel 1000 keer sorry. Amerikanen in deze regio zijn heel beleefd. Ik moest er even weer aan wennen. In de winkel, op straat, overal geven mensen elkaar de ruimte. Yield. Soms komt het wat overdreven over, maar ik hou er van. De airco is weer klaar, en ik zeg 1000 keer tegen de monteur dat het voor mij geen probleem is zo. Dan vertrekt hij. 

 

Als ik s avonds in bed lig kan ik niet slapen. Het ruikt hier vreemd. De ramen zitten vanwege de airco potdicht. Ik mis de buitenlucht. Ik probeer naar mn neus te luisteren. Die merkt een chemisch luchtje op, dat ergens aan de horizon doet denken aan een bloem. Beide zijn heel ver weg. Er staat een muur van gifgas voor dat zuurstof aan de lucht onttrekt, daarachter ligt het archief van een verzorgingstehuis, en daaroverheen een deken van bedomptheid. Het riekt, maar niet echt wel. Swieber, slibber, slabber, sluim.

 

Ik ga uit bed, op zoek naar de bron. Ik schuifel wat door het huis en stuit bij het stopcontact op een stekker met een beetje vloeistof, en een plaatje met een bloem. Ik ken dit niet, maar dit is het. Een microchemisch bedrijf. Nu weet ik het. Ik pak het vast en trek het er uit. Vol afschuw kijk ik naar de dader. Hmm. 

 

Ergens is er iemand trots dat hij dit heeft uitgevonden. Hij heeft zijn bijdrage aan het bestaan geleverd. Ik bedenk me hoe zijn huis zal ruiken, en leg zijn kindje terzijde. Voor mij is het er een in de serie: ‘We kunnen wel dit uitvinden, maar weten nog steeds niet hoe.....*)’ vul maar in. Mijn jachtinstinct leidt me daarna naar de andere bommen, en ook die maak ik onschadelijk. 

 

Als ik weer ga liggen denk ik met een beetje weemoed terug aan de geur van buiten. Van verrotting, van dat beest met die muggen, en die zwarte gier erbij. Een feestmaal. Dat was prachtig gisteren. Ik slaak een zucht. Ja, nu ben ik er weer... en val ik in een diepe slaap.