Nabijheid & distantie

Ik denk nog wel eens aan ze. Enkele dan. Mannen met wie ik contact had toen ik in deze wereld rondliep als justitiepastor. Mannen van wie ik hield. Ik schrijf mannen, maar het waren eigenlijk kinderen, alleen dat waren ze in het echt niet meer. Eén van hen was Jacco. Nee, da’s niet z’n echte naam.

 

Jacco was begin twintig en had tbs ontlopen. Jacco had een liefdeloos leven achter de rug. Hij zat voor moord. Jacco vertelde dikwijls over z’n eerste jaren, en hoe het steeds ook mis was gegaan met instanties en pleeggezinnen. Met Jacco kwam het niet meer goed, en hij wist het.

 

Zoals ik ook wel eens aan oude liefdes denk, zo denk ik ook wel eens aan hem. Hoe zou het met hem gaan? Hoe ziet hij er uit? En hoe zit het met zijn levensgeluk?Elke keer als er in zijn stad iemand is omgelegd, denk ik ‘O het zal toch niet Jacco zijn.’ Dader. Slachtoffer. In de bak. Uit de bak. En het hele circus weer van voor af aan.

 

Hij is nog niet dood, want ik ben hem nog niet vergeten. Zijn dromerige ogen blijven bij me. Zijn daden ook. En ook dat moment dat hij mij even wilde vasthouden, en ik dat niet toestond. Ja toen brak zijn hart opnieuw. Het mijne ook.