Zuidoost Drenthe

 

Het Drents Museum heeft samen met het Van Gogh museum een schilderij van Van Gogh aangekocht 'Peasant Burning Weeds' uit 1883. Dat schilderij is in Zuidoost Drenthe gemaakt. In 2014 was er in het Drents Museum een fraaie tentoonstelling van Daniel Lohues. Op het affiche stond dat schilderij ook. Ik bezocht die tentoonstelling en schreef er over. Ik schreef in die periode meer teksten die verband houden met Van Gogh en/of Zuidoost Drenthe. Die teksten kun je nu hieronder lezen.

 

Hier kom ik weg

 

 

Naar een museum is als een stapje uit de tijd gaan. Even duik je in een wereld waar de tijd even stil is gezet. Zo was ik deze week samen met een goede vriend in het Drents Museum voor de tentoonstelling 'Hier kom ik weg'.

 

Als we tentoonstellingsruimte betreden worden een beetje stil, alsof die heilig is. Moeder natuur trekt ons terug de tijd in. We worden geleid langs herinneringen uit de tijd. Vitrines met voorwerpen uit ZO Drenthe passeren voor m'n ogen. Ze zijn zorgvuldig bewaard gebleven. Er straalt een schoonheid van af die duizenden jaren stand heeft gehouden. Ze worden omkleed met persoonlijke verhalen van Daniël Lohues die deze tentoonstelling mocht samenstellen. Die verhalen toveren een lach op mijn gezicht. Herkenbare taal. Ik loop door mijn eigen geschiedenis en wordt geleid door de tijd in het midden. Zachtjes raken we aan de praat. 'Dat zo'n hamer toen is uitgevonden en nog steeds zo wordt gemaakt, dat is toch wel heel bijzonder.. ' zegt mijn kameraad, en 'Wat zou er uit onze tijd bewaard blijven?' Ik zwijg, ik weet het niet. Het leven was eenvoudig op het zand. In het veen, op het Hoge, kwam je toen niet, behalve als je iets te bepraten had met de goden of om geofferd te worden. Zo ging dat toen. Nu kijken we en lezen we erover. Af en toe doe ik een stapje achteruit, dan kijk ik naar wat ik gezien heb en stiekem naar wat er nog komen gaat. Het zijn vermoedelijk pogingen om even weer in mijn eigen tijd en ruimte te stappen. De cirkel in het midden biedt me houvast, een steunpilaar. De tijd leidt ons in het rond.

 

We lopen langs gereedschap, potten, muntjes, een schoen en zo wat meer. Van eenvoudige boerenculturen duiken we de oorlogen in. Er kwamen eikels op Drents grondgebied. Daarvoor waren die er niet. Alles is daarna anders geworden. En ik zie hoe ze met man en macht Coevorden hebben verdedigd. Een ets van de vestingstad geeft weer hoe de sterren destijds tegen het stadje aankeken: een prachtige afdruk van een stukje hemel. Tijden veranderen niet, wel hoe je er tegen aankijkt. Ik zet een stap opzij en sta in Zweeloo. Heel vredig, een tuin, mooi licht en een kerk. Een klein schilderij met veel diepte. Mijn vriend staat bij Vincent van Gogh, die even in ZO Drenthe woonde. 'Tjonge, donker zeg en moet je je voorstellen hoe donker het was in zo'n plaggenhut...' Ik ben niet de enige die erin opgaat.

 

 

Veen en muziek brengt me naar het heden. Inderdaad, dichterbij huis kan ik het niet krijgen. Ik zie dat mijn geschiedenis meer kleur krijgt. De werken van Herman Kolker geïnspireerd op het Bargerveen trekken mijn aandacht. De wijdsheid en kleurenpracht is een feest van herkenning ergens diep in mij. Rust en ruimte, tijdloos. 'Dichterbij kan ik niet komen,' bedenk ik me. Ik hoor een meisje tegen haar moeder zeggen: 'Als je dichterbij komt kijk je er anders tegenaan dan als je er verder vanaf staat.' Het is goed om even op een bankje te zitten en wat indrukken te laten zakken. Het bankje staat precies tussen de tijdzuil in het midden en een schilderij van de Toyisten 'Het magische en historische optreden'. Precies daar waar ik nu ben. Met mijn kameraad raak ik aan de praat over het schilderij en over de betekenis van muziek voor het leven. 'Kunt u wat meer vertellen over dit schilderij?' vraagt een dame op leeftijd die bij ons komt staan. Mijn vriend begint te vertellen over wat hij ziet, over wat muziek voor hem betekent, waarom hij muziek maakt en wat hij daarvan herkent in de schilderij. Ze luistert aandachtig. Ik kijk voor me uit, naar het schilderij. Het klinkt als muziek, het krijgt een plek in mijn tijd. Even later als de dames weer verder zijn gelopen zegt mijn vriend opgetogen: 'Als je langer kijkt ga je steeds meer dingen zien.' Ik geef hem gelijk en voeg er aan toe 'dat is misschien wat in vriendschap ook kan gebeuren.' Hij knikt. We staan op en kijken nog even naar onze gezamelijke geschiedenis en naar de schoonheid van onze wortels. Prachtig vind ik het dat iets van eeuwigheid, iets van uit de tijd, bewaard is gebleven. Het komt samen in een waardige tentoonstelling, dankzij Daniel Lohues en het Drents Museum. De cirkel is rond en met een bak inspiratie leidt Moeder natuur ons weer de tijd in. Beelden uit de tijd blijven me bij, de toekomst wacht....

 

 

najaar 2014

 

Vertraging



Wonen in Drenthe heeft zo z'n voordelen. Het leven vertraagt er soms zomaar. Neem nou een vertraging met de trein. Mopperend komt de goegemeente aan het voorportaal van het platteland: Zwolle. Daar legt een aantal wijze mannen legt de conducteur haarfijn uit hoe we de problemen op het spoor kunnen oplossen. Als zulke mannen nu eens aan de macht waren in de wereld denk ik, hoe zou die wereld er dan uitzien?

 

Fijn volk is het, dat Arrivapersoneel dat geduldig deze praat aanhoort, waarschijnlijk voor de zoveelste keer. Een paar minuten vertraging vanuit de Randstad, dat is voor mij één uur wachten in de wind. De machinist van de Daniel Lohues is eerlijk, nadat ik hem vraag of hij niet een keer gek wil doen met die sneltrein. Hij zegt hij dat hij zijn hart wel wil volgen, maar dat hij het niet durft. Hij stopt niet bij mijn fiets. Ik begrijp dat wel, hij moet ook aan zijn baan en hypotheek denken. Dus neem ik de sneltrein en stap ik maar uit in Coevorden. Nou had je daar voorheen nog een loketje met een wachtruimte waar je met vertraging nog kon wachten, met een lokettist die best een praatje wilde maken. En ik weet niet zo goed hoe ik dit vriendelijk moet zeggen, maar dezer dagen is er van het station net zoveel over als van het stadje zelf, terwijl het voorheen toch een komen en gaan van ridders en kasteelheren was. Nou ja, niet alles ging volgens plan zullen we maar zeggen.

 

Ik bereid me voor op een half uur blauwbekken. Nee, er is hier geen aansluitende bus en de taxis staan hier al eeuwen niet meer. Hoe anders kan het lopen, als het niet gaat zoals je denkt, want vanavond heb ik geluk! Het is driewerf hoera voor dames 1 van de plaatselijke volleybalclub, die mij zonder aarzelen een lift aanbieden. Tuurlijk kun je mee, nee dames niet zeuren, doorschuiven en ja hoor we kunnen heus wel met vier volleybaltassen, vier meiden en ik en mijn zooi in een minimaalveeltekleinejapanner over die klinkerweg. Ik houd niet van volleybal, maar nu ben ik fan. Voor niks krijg ik een enkeltje naar mijn stationnetje, de verhalen over de kwaliteit van de wijn en de hoeveelheden die er doorheen werden gejaagd afgelopen weekend krijg ik er onderweg gratis bij. En terwijl ik vanavond thuis mijn prakje opwarm, zitten zij zich in het zweet te werken in de sporthal. Niet iedereen is goed in rennen. Vertraging opent je hart. Wonen in Drenthe heeft zo z'n voordelen.


voorjaar 2014

 

 

Verwaarloosd

 

'Wat moet dat daar?!' Hoor ik een man vanuit een auto met een draaiende motor naar me schreeuwen. Ik sta tegen de avond bij een huisje midden in het veld te kijken. Er woont al jaren niemand meer. Het is een oud veenhuisje, in authentieke staat zoals dat zo mooi heet. Ik vind het prachtig. Wel jammer dat het zo verwaarloosd is. Ik kijk achterom naar de man in de auto. 


'Ik vind dit huisje zo ontzettend mooi en belangrijk voor de geschiedenis van deze omgeving!' zeg ik ongetemperd enthousiast tegen de man die op het punt staat om uit zijn auto te springen en mij aan te vallen met zijn hooivork of een ander steekwapen. Althans, dat vermoed ik als ik naar zijn boze ogen kijk. Hij schreeuwt naar me: 'Dat is van mij, daar mag je niks mee, zelfs niet naar kijken!' Ik kijk verbaasd op en terwijl hij de motor van zijn auto laat draaien komt hij, voor zover zijn lichaam het toelaat, aanrennen. 'Er is al twee keer ingebroken, en de volgende die komt die is aan de beurt!' Ik kijk op van zijn dreigement en neem aan dat ik nu aan de beurt ben.

Hij vervolgt zijn verhaal: 'Ik ga persoonlijk achter hem aan. Zo doe ik dat tegenwoordig. Je kunt geen mens meer vertrouwen. Wat van mij is, daar moet je afblijven!' Mijn enige kans om hem een beetje tot bedaren te brengen is meeleven. En onverminderd enthousiast zeg ik dan dat het zo vervelend is dat er al twee keer is ingebroken. Ik moet opletten dat ik niet overdrijf. Het helpt. Zijn stem neemt af in volume en ik zie geen hooivork meer. Hij staat nu naast me.

Hij blijft vervolgens tegen me aan mopperen: dat alles ongevraagd over je heen komt tegenwoordig, over de gemeente die niks doet voor zijn bewoners, de windmolens die wel geld op leveren. Hij zet zijn klaagzang voort met een verhaal over de Gasunie, die wel snel betaald als er iets aangelegd wordt maar bij schade niks doet. En hij voorspelt dat mensen in de winter gaan klagen dat de prijs van gas omhoog gaat, omdat 'Slochteren ja dichtdraait is.' 'Ach, zegt ie, 'ze bedonderen je waar je bij staat. Zo gaat dat tegenwoordig.' Ik ben niet helemaal zeker of zijn pannetje opnieuw aan de kook zal raken of niet, dus ik zeg dat als hij de baas van de wereld zou zijn, die er wel anders uit zou zien. Hij beaamt dat onmiddellijk.

Vervolgens vraagt hij waar ik er één van ben en waar ikwerk. Ik vertel dat ik uit de buurt kom en dat ik als pastor in de gevangenis werk. 'Oh,' zegt ie, 'nou van mij part mogen al die lui die niet deugen aan het gas... dat deden ze vroeger met de joden ook...' De man blijft me verbazen. 'Wie blijft er dan nog over?' vraag ik hem. Hij is even stil. Hij verwijst vervolgens naar AZC's: 'Die lui die hier naartoe komen hè, die zijn heus niet arm hoor. Anders kun je zo'n reis toch niet betalen? Maar als jouw auto het morgen niet doet, dan sta je met je mond vol tanden omdat alles zo vanzelfsprekend is voor jou!' Hij kijkt me boos en verwijtend aan.

'Ja,' zeg ik 'er zijn dagen dat ik me te weinig besef hoe welvarend we hier leven, hoe dankbaar ik mag zijn dat ik hier woon en niet ergens anders. Ik zou meer kunnen delen. Herkent u dat?' vraag ik hem. Het is stil. Door het zonlicht zie ik in zijn verwaarloosde huis het laatste hout bij de kachel liggen. Hij kijkt ook naar binnen. 'Er ligt nog wat hout te wachten... dat wil branden.' zeg ik voorzichtig terwijl ik er naar wijs. Ik hoor hem 'hmmm' mompelen. Na een poosje zegt hij: 'Ik ga mezelf maar een beetje eten maken.' Hij loopt weg, kijkt niet om, stapt in zijn auto en scheurt weg, richting de ondergaande zon.

augustus 2015 

 

Een ogenblik

 

 

 

Op het bankje langs het pad voor me, zit een man. Hij kijkt uit over het veen. Ik loop in zijn richting en vraag of ik bij hem mag komen zitten. Hij zegt: 'Ja hoor, goed gezelschap is altijd welkom.' en hij gebaart naar de ruimte op het bankje. Ik ga naast hem zitten, het is prachtig weer vandaag. We kijken uit over het water en we raken aan de praat. Hij vertelt dat hij hier graag komt. 'Bomen, vogels en libellen oordelen niet.' zegt hij stellig. 'In de wereld hebben de mensen zo snel hun oordeel klaar...... Mensen veroordelen je, maar dat doet de natuur niet.' 'Geniet u ervan?' vraag ik. 'Ja.' zegt hij, 'sinds ik ben gescheiden, twintig jaar geleden, ben ik nogal op mijn hoede met mensen.' Ik vraag hoe dat zo gekomen is en hij vertelt over zijn vrouw die vreemd ging met de buurman. 'Ach ja,' zegt hij, 'we praatten niet meer en we hadden ook geen sex meer, en ik had ook wel zo'n gevoel...'

Hij is even stil en dan zegt hij: 'maar je wilt het niet geloven hè?' Hij kijkt me indringend aan. Er stijgen een paar ganzen op, ze vliegen over ons heen. We kijken ze samen na. 'Is het daarna nog weer goed gekomen tussen jullie?' vraag ik als de ganzen achter de horizon zijn verdwenen. 'Nee,' zegt hij,' Mensen om ons heen hebben wel op me ingepraat en ze heeft me ook wel gesmeekt maar ik kon het niet, mijn geloof in onze liefde was helemaal weg.' 'Ze heeft u hart gebroken?' concludeer ik voorzichtig. 'Ja, zegt hij, 'en toen ze me vroeg of ik wilde terugkomen alleen al voor de kinderen, wist ik dat het over was.' Het was een hele moeilijke tijd, echtscheiding, alimentatie, omgangsregelingen, leugens, rechters die haar alleen geloven en heel veel veroordelingen van mensen om me heen. Je mag best weten dat ik op een dag niet meer wilde leven.' Ik kijk hem aan. 'Wat gebeurde er op die dag?' vraag ik. Hij kijkt voor zich uit en neemt een slok water. Ik zie zijn hand naar zijn oog gaan, ik twijfel even of hij een traantje weg pikt. Hij neemt een hap lucht en zegt: 'Ik heb mijn auto toen voor een 40-tonner gezet....' Hij is stil. Na een tijdje zeg ik: 'Maar u bent er nog.' 'Ja,' lacht hij 'en ik zit heel fijn met je te praten. Wat doe je eigenlijk voor werk..?' Ik vertel er over en hij zegt: 'Tja, die mannen zitten ook maar gevangen, die kunnen nooit de natuur in, zoals wij. Ik moet er niet aan denken dat ik mijn vrijheid kwijt ben.' Ik knik. 'Ik geloof niet in God.' vervolgt hij.' Toen mij vader vroeg stierf vroeg ik aan de pastoor waar God was. maar hij zei alleen maar dat dit Gods wil was. Daarna ben ik nooit meer in de kerk geweest.' Ik zeg dat ik het verschrikkelijk vind dat de pastoor dat heeft gezegd. Het is niet dat ik er wat aan kan doen, maar ik bied toch maar mijn excuses aan. Dat doet hem zichtbaar goed.

'Maar jij gelooft wel..?' zegt hij. Ik vraag hem wat hij bedoelt, 'geloven' is immers een woord waar zoveel connotaties bij te maken zijn. 'Nou, dat je naar de kerk gaat?' zegt hij. 'Weet je' zeg ik, 'van God begrijp ik weinig, maar ik vind iets van verwondering of mysterie in het breekbare, in het kleine, in dat wat kwetsbaar is, in liefde, los van jezelf en je last, zonder schaamte voor wie je bent, zonder veroordeling, en soms breekt er iets van dat alles door in zoiets als een knipoog.' Ach ja, de liefde is zoiets.' zegt hij, 'ongrijpbaar net als de tijd.'

Ik vervolg met 'Als onrecht wordt gedaan aan de liefde en aan haar grenzen, dan breekt er iets, in elk geval in mij en zo te horen ook in jou, dat doet onrecht aan het leven.' Hij knikt. Ik vervolg 'Ten diepste geloof ik dat elk mens wel een gevoel heeft bij wat het goede is, alleen je kunt er niet altijd meer bij doordat angst en verdriet je diepste gevoel blokkeren. En volgens mij staat er ergens dat het de bedoeling is dat wij ten volle leven en recht doen aan de liefde. Ik heb gemerkt dat liefde, het tegenovergestelde van pijn en onrecht, je van je grootste angst en pijn kan verlossen.' Hij knikt begrijpend. 'Ja, weet je, het leven is helemaal niet makkelijk, maar ondanks alle verdriet ben ik er toch dankbaar voor.'

Hij zwijgt even en zegt dan: 'Weet je, ik zie nog de heldere ogen van de chauffeur van de 40 tonner voor me. Ik stond er recht voor. Die lichten van die auto. Een ogenblik, niet meer dan dat. Hij keek me aan, en in flits trok ik mijn auto voor hem weg en parkeerde in de berm.' Hij is er stil van, alsof hij het filmpje nog eens afspeelt. 'En toen?' vraag ik na een poosje. 'Daarna heb ik mijn leven echt over een andere boeg gegooid en ben ik weer voor mezelf gaan zorgen. Ja, er is sinds die dag veel veranderd.' Hij kijkt wat verwonderd om zich heen en zegt dan trots: 'Toch maar mooi dat ik dat gedaan heb, want anders had ik dit nu niet aan je kunnen vertellen, en in je stralende blauwe ogen kunnen kijken.' Goh,' zwijg ik wat verrast. Sjonge,' zegt de man tenslotte, 'ik vertel je dit allemaal maar ik weet niet eens hoe je heet. ' Ik lach, bedank hem voor het ogenblik, sta op en geef hem een hand. Het is tijd om onze eigen weg door het veen te vervolgen.



 

2015

 

 

Dieper graven

Mijn kameraad en ik lopen over het kerkhof. Ik heb hem meegenomen naar Zweeloo, waar Vincent van Gogh een tekening maakte van het kerkje. Lopen op een kerkhof is bijzonder, want op het kerkhof is iedereen gelijk, je voelt ook dat je gelijk bent, in welk seizoen je hart zich ook begeeft. De man die even verderop een graf in orde maakt, kijkt even op. Hij ziet ons lopen. Ik steek even mijn hand omhoog, ten teken dat ik hem ook heb gezien. We gaan langs de graven, met teksten als 'Met Christus verrezen' en 'Hier rust' ten teken dat er blijkbaar geen onrust is in de dood. Op het kerkhof hangt een serene sfeer. De oude boom die zichtbaar is vanaf de ingang van de kerk komt langzaam in bloei, het heeft vast al veel zielen zien komen en gaan.   

 

'Wat is de tekst die op jouw graf moet komen?' zegt mijn vriend als we terug naar het kerkje lopen. Zijn vraag komt uit het niets, daar is hij goed in, maar toch schrik ik ervan en zwijg. Hij blijft even staan en vervolgt met 'Als je er over nadenkt wat voor een tekst op je graf zou kunnen staan, kom je zelf tot leven. Je kunt als het ware door de de tekst om jezelf heen lopen, zoals je om een oude boom kunt lopen... Bovendien blijken woorden of teksten dan ineens ook meer diepte te hebben, dan je aanvankelijk dacht.' Ik laat het even bezinken, zijn vraag lijkt me gegrond, maar ik ben er niet één, twee, drie uit. We lopen verder.   

 

'In brieven van Vincent van Gogh, waar ik nu over lees, staan mooie teksten over Drenthe.' zeg ik tegen hem, ook om mijn gedachten even van zijn vraag weg te leiden. Hij kijkt op. 'Wat dan zoal?' vraagt hij nieuwsgierig. 'Deze bijvoorbeeld:


“Maar wil men groeijen, men moet in de aarde vallen. - Dus zeg ik tot U, plant U in de grond van Drenthe - gij zult er kiemen." 


Vincent schreef dit in 1883 aan zijn broer Theo. Zo dringt het nog meer tot me door dat ik over dezelfde grond loop als hij. Alsof zijn leven doorgaat in mij. Zijn graf is trouwens heel eenvoudig: een naam en een tijdspanne, en naast zijn broer. Geen grote woorden, niks bombastisch, geen praal, het had in Drenthe kunnen zijn.' Dan is het even stil, we kijken de kerk in die open staat. 'Ik weet niet eens of je me moet begraven.' zeg ik. 'Eerst maar eens beter gronden in Drenthe zoals Vincent je heeft vertelt.' concludeert mijn kameraad. Ik lach, en herhaal: 'Kiemen in de grond vanwaar ik kom.' 'Hier kom je toch ook vandaan?' vraagt hij. We kijken elkaar aan. 'Ja,' zeg ik, 'ik weet het...... Hier kom ik weg.'...... 

 

 

najaar 2015