In blijde verwachting

 

Als de kerkdienst in het cafe van het verzorgingstehuis al begonnen is, knalt de deur met kabaal open. Beng! Ze is te laat, maar ze is er. Ze steekt haar hand, ten teken van excuses in de lucht. Er worden liedjes gezongen die ik niet meer leerde op de zondagsschool.

 

Na de dienst ga ik naast haar zitten. Ze is 98 jaar vertelt ze. Ze heeft alles meegemaakt, de oorlog de bevrijding. Het is het eerste waar ze over begint. Ze had geen idee hoe de oorlog zou aflopen. Ze moesten samen in de kelder. De geluiden zitten nog in haar hoofd.

 

Ze woont hier al een mooi zetje. De dag voordat ze met haar man naar dit complex zou verhuizen, stierf hij. Hij kon het niet hebben dat hij zijn vrijheid moest opgeven, zegt ze. Hij zag er zo tegenop. Zo kwam ze hier alleen terecht. Tja zeg ze, soms ben ik er verdrietig van. Dat het zo ging. Màlkopt. Ze kijkt me even aan en zegt: ‘zo noemden we dat, dat je er mal van wordt in je hoofd.’ Ik knik. Ik ben het met haar eens dat het een mooi woord is. Ik heb het nog nooit eerder gehoord. ‘Ik zal het woord onthouden’ zeg ik, dan kan het nog een tijdje mee. Haar wereld en haar taal verdwijnt langzaam maar zeker, maar mijn belofte tovert de zon in haar gezicht.

 

Ze zegt: 'Sorry dat ik zo laat was bij de dienst.' Tja. Is het geen zegen om op je 98ste nog te laat te komen? denk ik hardop. Ze lacht. Je moet altijd een beetje dwars blijven, zegt ze. En we praten verder over hoe zij dat in haar leven deed. Na een tijdje sta ik op om te vertrekken. Bij het afscheid zegt ze: ‘Alles en iedereen vindt zijn bestemming.’ Ze geeft me haar hand en kijkt me indringend aan. Ik schrik er een beetje van.

 

Onderweg naar de auto denk ik aan de preek. Over de jonge Maria en de oude Elisabeth die elkaar ontmoetten. Ik zie de hoop op het nieuwe leven dat ik in het café op de gezichten zag weer voor me. Ook deze wereld en taal zal verdwijnen, maar verhalen blijven zich herhalen.