Buiten zinnen


'Jij hebt het niet goed gedaan!' had Willem geschreeuwd, terwijl hij recht tegenover Rosalie stond. Zijn hart en zijn mond gingen tekeer. Hij was woest, zijn hoofd was rood, ontploft.


Met zorg had Rosalie haar woorden gekozen om hem tijdens de afscheidsreceptie te bedanken voor de tijd dat ze collega's waren. Niemand wilde spreken op zijn afscheid. 'Rosalie, jíj kan zo mooi schrijven.' hadden haar collega's gezegd en zo bij haar aangedrongen. Ze had na enige aarzeling ja gezegd, en hem zojuist op het podium in de aula voor een zaal gevuld met collega's toegesproken. Ze had het als spannend ervaren, en met moeite de woorden gevonden.


Tijdens haar speech had ze af en toe opgekeken en gezien hoe de verontwaardiging zich meester had gemaakt van Willem. Kort nadat de eerste zin haar mond hadden verlaten. Waarschijnlijk was de rest van haar tekst daarna aan hem voorbij gegaan. Toen ze van het podium had verlaten, was hij haar achterna gelopen. Ze was in een roes geweest, en herinnerde zich nu alleen dat hij buiten zinnen was geweest. Zijn stemverheffing na haar verhaal in dat smalle gangetje tegenover het scheikundelokaal had al met al misschien maar vijf minuten geduurd, maar zijn geschreeuw dreunde na in haar hoofd. Haar hart bloedde. 


Daar zat ze nu in de lerarenkamer. Enkele bevriende collega's probeerden haar op te beuren: 'Ach joh, hij heeft altijd wat te zeiken gehad. Voor hem is het nooit goed genoeg. Die klootzak mag dankbaar zijn dat jij überhaupt woorden op papier zet. Wij vonden het prachtig! Jouw woorden waren raak.' 


Ze bedoelden het allemaal goed, maar ze hadden ook makkelijk praten. Ja, nee ze wilde het debacle zo snel mogelijk vergeten zoals iedereen haar adviseerde. 'Willem zit altijd over een paar komma's te zeuren.' Haar collega's hadden gelijk; erg geliefd was hij nooit geweest, maar hoe neem je dan afscheid van iemand waar je het liefst met een boog omheen loopt? Zijn uitbarsting kwam ook niet helemaal onverwacht. Hij had het vaker geflikt. En ze herinnerde zich nu de woorden van de schoonmaakster, nog niet zo lang geleden. Rosalie wilde wel weerstand bieden, zijn gedachten en vooral zijn stemverheffing niet meenemen naar huis, maar hoe in godsnaam? En terwijl ze een slok van haar koffie nam, zuchtte ze 'Wat een eikel....' 


Ze moest eerst maar eens het voorval op een rijtje zien te krijgen. Had ze nu tijdens zijn uitval meerdere malen haar excuses aangeboden? Sorry! Sorry gezegd. Waarom? Had ze niet beter kunnen zeggen dat hij niet zo tekeer mocht gaan, zijn mond maar us moest houden? Waarom kwam dat niet in haar op? Ze vroeg zich ook af of hij haar excuses wel gehoord had, want toen zijn eerste woede enigszins bekoeld was had hij gezegd: 'Je denkt toch na als je schrijft? Dat blijkt toch uit je stukjes? Dan moet je je ook realiseren wat je tekst met een ander doet. Dan zie je toch ook dat je tekst niet compleet is?!' Ze zag hem steeds voor zich. Hoe hij wees met zijn vinger en hoe haar veel vragen toewierp waar ze geen antwoord op had. 'Kijk dan zelf, je ziet toch wat je vergeten bent!' 


Ze zag heus wel dat Willem onredelijk was geweest en vond het nu raar dat ze ter plekke de woorden niet had om hem te laten weten dat de zijne door haar ziel sneden. Trage sensitieve trut. Pas toen ze helemaal was leeg gelopen realiseerde ze zich dat zij niet wist hoe ze zich moest wapenen tegen dergelijk venijn. 


Hmm. Knap brutaal eigenlijk, om die onmacht over me uit te storten. Zonder te vragen, dacht ze. Het ging haar veel te ver. Waarom had ze dit toegelaten? 


Te late vragen. Rosalie keek naar buiten, en dacht er even over om dit nu bij hem ter sprake te brengen. Zou ze naar hem toelopen? Zeggen dat hij wel wat therapie kon gebruiken om zijn blinde vlekken onder ogen te komen? Hij had tijd genoeg, was nu toch met pensioen. Zou hij intelligent genoeg zijn om te begrijpen dat een tekst horen iets anders is dan schrijven en uitspreken? Moest hij weten wat hij bij haar had aangericht? Ze besloot dat vandaag niet het goede moment was. Misschien een volgende keer als ze elkaar in de stad per ongeluk zouden zien. Nu wilde ze alleen maar naar huis. Alleen. 


Thuis gekomen smeedt ze haar tas in de hoek en plofte op de bank. Ze noteerde in haar dagboek: 'De draak van twijfel die W. in me wakker maakt, zal me aanvuren om mijn grenzen aan te geven, en mijn eigen pad te blijven volgen. Vanaf vandaag ga ik alles anders doen.' 


Dankbaar was ze voor dit inzicht, en daarmee voor het afscheid van Willem. Ze kon weer verder en morgen de wereld recht in de ogen kijken. Ze wilde hem nooit meer zien.