Een rijk mens


Hij heeft geen meubels in zijn huis staan. Die wil hij niet. Geen bed. Niks. Ik zit op de grond. We praten over zijn eerste thuis, Azerbeijan. Op Google earth laat hij zien waar hij woonde. Een dorp in een vallei waar je alle zaad eenvoudig ontkiemde. Nu zie je alleen nog de karkassen van huizen. Het groen heeft plaatsgemaakt voor zand. Oorlogsgebied. Al het leven is er weg. 

Hij legt me uit hoe het leven was toen hij opgroeide in de Sovjetunie; dat geld niet zo belangrijk was, dat iedereen wist waar hij aan toe was. Dat er eten was. Hij was erbij toen het land uit elkaar viel. Hij was erbij toen de oorlog kwam en bleef. Hoe vrienden vijanden werden. Om bezit, om olie. Hij heeft gezien hoe mensen, die eerst vrienden waren vochten om brood. Het begint bij roddelen zegt hij, dat je slecht over een ander spreekt. En als ouders dat doen vang je dat als kind ook op. Je gelooft ze. Zo verwijder je je van elkaar. Het kan beginnen in een familie, en verspreidt zich vervolgens als een vlek uit. Als alles vervolgens uit elkaar valt raken mensen in de war. Geen houvast meer en je weet niet wie je wilt vertrouwen. Ik concludeer dat oorlog niet begint bij honger, maar bij afgunst, jaloezie en achterklap. 

Hij is dankbaar voor wat er is. Hij heeft genoeg en deelt zijn rijkdom. Hij is blij dat hij nu hier kan wonen en werken. Er is genoeg voor iedereen. Ik ben een rijk mens hem te mogen kennen. Ik wens dat iedereen in onze wereld iemand kent die niet van hier is, die een oorlog heeft zien komen en meegemaakt. Die er over kan vertellen. In het groot en in het klein leer ik namelijk zoveel van jou Azer. Dankjewel🙏❤️