Wie wil je later zijn?


'Je moet techniek kiezen' De mentor in de derde van de mavo, op de avond van het invullen van de beroepshokjes. 'In de techniek zoeken ze meisjes. Baangarantie. Belangrijk!' Ik keek haar vragend aan. Wat moest ik tussen het metaal? De school deed er echt alles om je naar de beste opleiding toe te leiden. Ja handvaardigheid was leuk, maar een bijvak natuurlijk. Net als tekenen en muziek. Geschiedenis. Pretvakken, waar je je brood niet mee kon verdienen. Stel je voor... dat je iets zou gaan doen waar je lol aan beleefde. Ik zag toen nog niet dat het leven lijden is, en dat als we genoeg geleden hebben, lees: veel uren gewerkt hebben, de hemelpoort voor ons open staat. Pas later leerde ik dat wij de kerk wel hebben verlaten, maar de kerk ons niet. 


Ik denk er aan terug terwijl ik naar het station loop. Achter me loopt de nieuwe tijd; drie jonge mannen. Jaar of achttien. Ze praten over wat ze te kiezen hebben 'Als je je hbo af hebt, kom je in zo'n carrieretraject terecht. Veel werken. Daar heb ik helemaal geen zin in.' Ik noteer wat ze te zeggen hebben. 'Aan de andere kant zie ik medembo-ers nu lekker geld verdienen. Eigen huisje, eigen autootje. Dat soort dingen. Dan zie ik dat, en dan denk ik 'Dán ben je wel mooi vrij man.'  Ik ben op weg naar huis, zal ik hen wat zeggen? bedenk ik me. Maar wat? Aan mij hebben ze geen voorbeeld. 


Wat wil je later worden? Het blijft een rare vraag. Een vraag die we nooit koppelen aan de vraag wanneer je iemand bent... en dan. En wát dan? Een vraag die we ook niet koppelen aan de vraag hoe je wilt omgaan met de vreugde en de klappen die je in je jeugd oploopt, en die als een loep op je pad terugkeren als je op weg gaat. Wie is je vader? Wie is je moeder? Uit welke geschiedenis kom je voort? Wat is jouw verhaal? Wie wil je zijn? Waar wil je heen? 


Dus ik zeg niks en loop naar de trein. Ik check in, open de deuren en ga zitten. Terwijl ik naar buiten kijk vraag ik me af of ik mijn dochters dan nog iets moet meegeven, buiten de imprents die ze onbewust hebben meegekregen doordat zij mij als een spiegel van zichzelf hebben waargenomen. Dat doen kinderen met hun ouders. Ze spiegelen het ook terug. Zo kun je iets over jezelf leren. Of je slaat en straft het eruit, dat kan ook. Vanaf de puberteit zullen ze pogingen ondernemen om los te komen van hun beelden. Gelukkig maar. Droombeelden brengen leven, maar moeten ook worden kapotgeschoten. Die van vaders en moeders. Ja mijn lieve kind, leg je woede maar in mijn hand. 


Moet ik ze nog iets meegeven behalve mijn omgang met onmacht die niemand zag of zich persoonlijk aantrok behalve zij? Die onmacht die mensen (of vrouwen?) nauwelijks tonen buiten de privacy van thuis? Ik, die in tegenstelling tot alle andere vrouwen niet aan zag komen dat je er vanaf het moment dat je moeder bent ook tegen het voortdurende appèl dat een kind op je doet in wilt gaan. Nee, nu niet! Laat me! 


Ik die thuis niet met het koekje wachtte, die honger had naar weg van huis willen, die met onuitgesproken afkeur van vroeg opstaan je het gevoel gaf dat je in de weg liep. Misschien wel elke dag? Ik weet het niet of je dit allemaal hebt opgeslagen. Tot diepste zul je misschien voelen dat ik na een paar weken radeloos van onmacht, dikwijls geen moeder meer wilde zijn, dat weet ik zeker. Daarvoor mogen ze in hun eerste burnout straks in therapie. Nog even geduld. Uiteindelijk komen ze dan op een parallelspoor. Nee ze willen niet op me lijken, en vice versa. Maar wat kun je doen om dat te voorkomen? Niks. Je wilt het ze het lijden ook niet aandoen, maar dat brengt leven wel met zich mee. Naief als ben, bedacht ik dat niet toen ik zwanger was en later baarde en zoogde. Dat was een roze wolk. 


Nee, het moederschap is een zegen voor elke vrouw en voor de kerk, zei de pastoor. En zo was het eeuwen. Je kunt de kerk wel verlaten, maar de kerk verlaat jou niet zomaar, en dat geldt evenzo voor je eigen geschiedenis. Dus wat kan ik ze meegeven als ik ze al teveel van mezelf heb meegegeven? 


Misschien dit. Laat mij toch los, nog veel meer dan ik jou nu vrij laat. Doe iets waar je blij van wordt. Kies. Je bent vrij. Ga waar je wilt gaan, er ligt een wereld te wachten die door jou ontdekt wil worden. Zoek naar dat wat je leven geeft. 


Omring je onderweg met mensen die je tot leven wekken. Ja, je zult onderweg pijn ervaren en verliezen. Je zult je soms machtig en soms machteloos voelen. Wees creatief en wijs in je omgang met beide. Zolang je er bent ligt alles open. 


Je kunt steeds opnieuw beginnen en alle kanten op. Dus check maar in, doe de deuren open en ga zitten. Er komt een punt dat je ook weer moet uitstappen. Je weet nooit wanneer. Onderweg komen er geluksmomenten voorbij. Houdt je oren en ogen daarom open. Blijf je dromen dromen. Voel en denk, en ga risico's en het onzekere vooral niet uit de weg. Heb jezelf vooral lief, want dat je van een ander houden kunt is allang zeker. En vergeet niet dat, voor dat je begonnen bent aan jouw verhaal je al een onuitwisbare indruk hebt achtergelaten. Jouw trein mag er zijn. 



En terwijl ik bijna uitstap hoor ik ze antwoorden; 'Je hoeft niks te zeggen hoor mam. Dit weet ik toch allang.'