Kastanje


Er zijn veel bomen in mijn tuin, waaronder een kastanjeboom. Ik kijk er elke dag wel een keer naar. Soms zit ik er lang tegenaan. 

De boom is diepgeworteld en staat in verbinding met andere bomen en de rest van het tuinleven. Hij trekt zich daarbij niks aan van de tuingrenzen. Hij staat er al een paar jaar. Waar hij vandaan komt weet ik niet, wie hem gekweekt evenmin. Ergens in de tijd was ergens de eerste boom, de overoveroverover-in het kwadraat-grootouder. Er woont miljoenen jaren leven in de mijne. Ik vermoed dat ze net als ik, diep van binnen evenoud blijft. Misschien dat ik er daarom zo graag tegenaan zit. 

De kastanjeboom groeit door de seizoenen ondergronds verder en boven steeds meer naar het licht. Ze komt elk jaar tot bloei. Over een paar dagen verschijnen in de knoppen circa 40 bloemen. Die veertig bloemen worden, zolang en zodra de bijen ze vinden, kastanjes. Meer dan honderd per jaar. In de zomer zit ik in zijn schaduw. In de herfst zullen de kastanjes met de blaadjes op de grond vallen. 

Van de duizenden kastanjes die deze boom voortbrengt en loslaat wordt in mijn leven op deze plaats geen boom zo groot als deze. Een enkele kastanje ontkiemt en wordt een nieuw boompje, zoals deze die ik in de herfst geraapt had om mee te knutselen, wat er niet van kwam. Klein, kwetsbaar en oersterk.