Bevroren

'Een vijver kan niet in een flits bevroren zijn, het moet daarvoor een langere tijd vriezen.' Dat zei Godfried Bomans, bij zijn zienswijze over het komen en gaan. Het is opgenomen in 1970. De rust die in zijn stem is niets vergeleken met het rumoer dat ik waarneem in praatprogramma's, zoals de DWDD. Ik kan niet naar die programma's kijken. Los van de inhoud die mij zelden aanspreekt, gaat het te snel voor mijn traagwerkende brein. Ik heb behoefte aan rust en regelmaat dat samenvalt met de natuur. 

We hebben niet altijd zo snel gesproken, dat zie ik nu opnieuw bij Bomans. Hij vindt en spreekt fraaie woorden in de ruimte. Wanneer ons snelle spreken begonnen is weet ik ook niet. Misschien is de haast in ons geslopen. Als ik bijvoorbeeld teksten lees van honderd jaar geleden wordt er ook dikwijls gesproken over drukte en haast die 'thans het land in zijn greep houdt.' 

Snelheid heeft blijkbaar niet alleen de productiedrift en het motorisch aangedreven leven bepaald. Het heeft zich in ons lichaam en zo in ons spreken, onze reactietijd en onze meningvorming genesteld. Hoe zal het zijn in de ruimte en tijd die voor ons ligt? Ik weet het niet. 

In de tussentijd bakenen we hier de grenzen opnieuw af, zoek ik naar een nieuw evenwicht in rust en regelmaat, en droom ik van een nieuwe wereld. Dat geeft leven. In de stilte van de ochtend kijk ik naar het water van de tuin. Ik zie dat het bevroren is.