Oude Taal



'Goed jongens en meisjes, het kan niet, maar we gaan het toch doen.' In twaalf weken Latijn leren. Een onmogelijke opgave. Theologie, Utrecht. Het is even geleden, maar ik zie nog voor me hoe de lerares, wiens naam helaas kwijt is, het lokaal binnenstormde. Alsof ze op Utrecht CS nog net de laatste trein naar Zwolle had gehaald. Buiten adem en net op tijd. Twaalf weken lang plofte ze uitgerend bij mij de coupe in. 

Ze was een van de laatste vrouwen van de schotse rok- en bridgegeneratie. Ze oogde heel keurig. Witte blouse met speld, leren tas met overbodige vergaderstukken en andere uitpuilende paperassen. Een chaoot. Ze was allang met pensioen, maar er was niemand anders die in twaalf weken succesvol Latijn erin wist te stampen. En ze hield van haar vak. 

Ze had wit grijs haar, een grote bril. Haar oogopslag toonden haar jeugdige hart. Dat ze een klas voor zich had het met lieden tussen de 18 en 70 belette haar niet om 'jongens en meisjes' te zeggen. Het krijt op het bord en in de handen. Krassend. Een rijtje. Het is meer dan tien jaar geleden. 

Ik lig in het gras met een boek van Hildegard von Bingen voor me. Deels Duits, deel Latijn. Ik probeer terug te halen wat ik toen geleerd heb. Maar naast Grieks is het Latijn grotendeels verdwenen in de mist. Ook het Hebreeuws is weggevaren. Ik kom nu niet verder dan die markante verschijning die dat halfjaar ook mij door die stof heenloodste. Jammer. 

Nu heb ik gehoord dat als je oud bent, de herinneringen uit eerdere jaren terugkomen. Soms haarscherp. Of de taal van mijn jeugd dan ook terugkomt is afwachten. Dialect zit nog wel ergens. Maar weet je wat ik vrees, dat bij mij op mijn oude dag, in de soos, het Latijn uit het niets opduikt. Of dat ik op de markt ineens Oud Testamentische teksten in het Hebreeuws begin te prevelen. Is er nog iemand die dat over veertig jaar herkent?  In Zuidoost Drenthe? Ego doe, bist ain snakkerd. 

Ahum, nu eerst Hildegard.