Lammetjes


In de polder bij zee is niets te beleven. Ik ga er graag heen. De droge kleigrond op de kwelder. Het hekwerk op de dijk. Verder is er echt niks. Hier neemt de leegte mijn eigen gedachten. Het is hier ook zo stil. Niemand hoort me. 

Het enige wat er vandaag is, zijn de zwermen vogels, de schapen en ik. Ik loop de dijk af en na een paar kilometer plof ik langs de kweldersloot tegen het hek. Ik kijk naar een zwerm vogels, ik wil ook wel vliegen. Dan valt plots de wind even stil en nemen mijn gedachten het geluid over. En net als ik op het punt sta om daarmee het universum te vervloeken zie ik vlakbij twee zwarte lammetjes staan. Ze scharrelen aan dezelfde kant van het hek als ik. Moederschaap staat aan de andere kant. Die blaat naar ze. 

Ha denk ik, die zijn even op avontuur. Leuk, als pubers even op pad. Maar al snel blaten de schaapjes zelf even hard als hun moeder. Ze willen weer naar haar toe zie ik, maar ik zie met hen dat het gaas ertussen zit. Ik kijk voor me uit en denk: 'Die vinden hun weg zelf wel terug.' Maar, ze blijven maar roepen. Steeds harder. Ik kijk er naar. Het is een sneu gezicht. Ze stoten onbeholpen met hun kop tegen het hekwerk. Oei. Ze kunnen het gat aan de onderkant van het hekwerk echt niet vinden. Nu kan ik mezelf niet helpen, ik moet iets doen. Dus ik sta op en loop naar ze toe. Daarop blaten ze nog harder. Hoog. Ze roepen om hulp, niet van mij natuurlijk maar van hun moeder. Maar ja, die is aan de andere kant. 

Op dit moment is er in dit landschap echter niemand die ze kan helpen, behalve ik. Moederschaap kijkt naar mij. Nee, ik weet ook niet hoe ze hier terecht zijn gekomen. De lammetjes zien natuurlijk ook niet dat ze zonder mijn hand niet aan de overkant komen, denk ik terwijl ik in de ogen van moederschaap kijk. We praten even. Ik zeg vervolgens tegen de lammetjes dat ze om mij niet bang hoeven te zijn, of op de vlucht hoeven slaan. Dat ik ze kom helpen. Niet iedereen gelooft dat. 

Ze lopen danook onrustig heen en weer langs het hek. Hmm. Ik loop vaker door het veld. Ik heb dit eerder meegemaakt, en als ik nu ook onrustig ga doen wordt het natuurlijk helemaal niks. Daarom zet ik voorzichtig nog een stap naar voren, en wacht af. Het duurt even. Als ik heel dichtbij ben, keert de rust een beetje terug. Het ene schaap vindt het gat door het hek gelukkig zelf terug. Goed zo, complimenteer ik het beest. Het andere lammetje blijft echter zijn kop stoten. 'Sjonge, da's ook niet handig, zeg ik hardop. Er zit zelfs al een klein wondje op je hoofd.' Alsof hij me verstaat hè?! Dan doe ik langzaam nog een stap naar voren en leg rustig mijn handen om het beest heen. Och hij is lief en zo lekker zacht. En terwijl ik hem optil voel ik ook dat hij veel lichter is dan ik dacht. 

Het lammetje kan nu even geen kant op, en ik zie dat ie dat niet gewend is. Hij klapt uit onmacht onhandig met zijn poten. Hij heeft niet in de gaten dat ik hem dadelijk ook weer loslaat. Weet hij veel. Dan doe ik een stap opzij en zet het beestje over het hekje, waarna hij weer naar zijn moeder rent. Tevreden kijk ik er naar. Zij blaat een keer, en de lammetjes drinken. Ik groet haar, loop weer naar mijn tas en ga weer zitten. Iedereen is weer thuis.