Tegenwind



In de bouw merk je het niet zo, maar hier op het land wel. Het waait. Ik stap op de fiets voor een kleine boodschap. De buurman die net aan komt lopen roept me na: 'Succes!' Ik moet even naar Dalen, dat is niet zo ver. Ik sla links af en schakel maar gelijk klein. Als je dikke tegenwind hebt of een heuvel of berg op moet, ervaar je veel weerstand. Dan moet je klein trappen. Eerder vond ik het heel stoer om in de derde versnelling te blijven trappen. Dat had ik mezelf zo aangeleerd. Elke zomerdag fietste ik dan dik 13 km heen en 13 km terug naar de stad. Emmen. Nee dat is helemaal geen stad, maar als je vanuit de Veenkolonieën omhoog kijkt zie je de woontoren van Emmerhout. Woontorens staan niet in een dorp. Elke dag dezelfde tocht op de fiets. Altijd die wind. In die periode ben ik een hele goeie tijdrijder geworden. Als ik om 7.20 vertrok, was ik om 7.50 bij de klok van Weerdinge, en om 8.15 op school aan de Van Schaijkweg. Afhankelijk van de wind. 

Fietsen in de goede versnelling is een hele kunst. Ik verstond die kunst toen niet en zo had ik op mn 17e  verrotte knieën, maar de bovenbeenspieren van een prof. En die kan natuurlijk niet zonder racefiets. Dus ik kocht me er een, en ging zelfs voor de lol fietsen. Nee mijn dochters geloven dat niet. Mijn fietshobby kwam goed van pas, want een paar jaar later kon ik daarmee vette indruk maken op een vriendje. Ook fietser. Hij kon veel harder fietsen dan ik, had zelfs al eens met een groep wielrenners gefietst en smeerde massageolie. Een echte. Zo ver was ik nooit gekomen. 

Hij nam me op sleeptouw. Ik leerde schakelen. Tegen de wind in fietsen ging daarna steeds makkelijker, vooral als ik achter hem fietste. Mijn ambities als prof namen grote vormen aan. Ik deed me aan grote tourtochten, zoals Luik Bastenaken Luik. Zo'n 230 km door de Ardennen, met alle bekende cols. Op 1 dag. Zonder electriciteit.  De generaties die na ons komen zullen dat niet geloven. 

Later fietste ik dieper in de bergen. Daar begon mijn lijf te protesteren. M'n nek vond het maar niks en uitgeput door een verkeerde ademhalingstechniek belandde ik een paar weken op de bank. Radeloos van het niet vinden van een oorzaak leerde ik toen opnieuw ademen. Diep door mn tenen. Zo herstelde ik en vond mezelf opnieuw en anders terug. De racefiets ging daarna vlot en zonder spijt de deur uit. 

Nu fiets ik de laatste weken weer meer. Als een kind. Ik fiets hier door de velden, sta ik met wind mee op de pedalen, en slinger ik zingend over de weg. Tegen de wind in peddelen doe ik nu altijd in een kleine versnelling. Plat op het stuur trap ik mijn gedachten naar de grond. Ik heb niet eens in de gaten dat ik alweer in de bebouwde kom ben.