Het verhaal ertussen

Op zijn gezicht zaten bultjes, dat weet ik nog.* Ik was even bij hem in de cel gaan zitten nadat hij me gevraagd had. We raakten aan de praat. Hij vertelde kort over zijn vader. 'Mijn vader is altijd aan het werk, vindt dat ik beter mijn best had moeten doen op school, als hij stress heeft sloeg hij mij, of mijn moeder. Als hij van een netwerkborrel kwam en geen opdrachten had binnengehaald sloeg hij harder. Soms bleef ik liever op mijn kamer als hij thuis was, dan kon ik ook niets fout doen.' Hij was niet de eerste die vertelde over zijn vader. Maar hij was anders dan de andere mannen in de gevangenis. Een blanke jongen, met een geruitte blouse en een rode broek. 
Geboren en opgegroeid in een goede buurt. Haarlem. Nu zit hij hier vast voor handel. 18 jaar. Hij vindt zichzelf lelijk. 'Mijn vader heeft mij opgegeven zegt hij, terwijl ik naar een foto kijk die hij me in de handen drukt. Als zijn netwerk er achterkomt waar zijn zoon nu is, dan kan hij zijn opdrachten wel vergeten. Daarom hebben we geen contact meer. Ik heb het gewoon verkloot.' Met spijt in de ogen kijkt hij naar me. 
Hij is een tijdje stil en vertelt dan dat hij graag opnieuw wil beginnen, met een meisje. Huisje, boompje, beestje. Dat heb ik vaker gehoord. Ik zwijg en kijk naar de foto van een man en een vrouw, met een kind op de arm. Dat ben ik, zegt hij trots. Toen waren ze nog samen. Ik kijk naar de ogen van de man en het jongetje op de foto, en daarna naar de ogen van jongeman voor me. Het verhaal ertussen heeft hem hier gebracht. Hun ogen zijn hetzelfde gebleven.
*
Geschreven op Vaderdag
Een herinnering aan de tijd dat ik justitiepastor was