Varkensgeluk



Na een paar dagen leven met akkervarkens maar eens opschrijven wat een dier gelukkig maakt. Het eerste wat van belang is, is dat er eten en drinken is, en genoeg voor iedereen. 


Als je hebt gegeten zoek je met je neus naar een plek om te slapen. Zintuigen zijn je richtingaanwijzers. Als je een mooie stek gevonden hebt gooi je de bovenste laag van je bed aan de kant en duik je in je kuil. Even later komen soortgenoten met zacht geknor bij je liggen. 


Na een tijdje word je weer wakker en graaf je verder en dieper. Onderweg naar eten, of ik weet niet wat. Het is als schatgraven. Met je snuit in de grond is gewoon het allerlekkerst. Het maakt ook niet uit hoe diep je gaat, maar dat je gaat. Daar gaat het om. Vol overgave doen waar je goed in bent. En als je er ineens moe van bent, plof je zonder aarzeling weer neer om een dutje te doen. Ik zie het gebeuren terwijl ik bij ze zit. 


Hoe de term 'lui varken' in onze taal terecht is gekomen en welk ideaal daartoe heeft aangezet moet ik us nakijken. Varkens zijn namelijk helemaal niet lui. Ze doen gewoon aan rust en regelmaat, en stralen leven uit. Hun aanwezigheid maakt me blij. Ok, nog maar een knuffel. Ze kijken me tevreden aan en ogen heel gelukkig. 






Meer over akkervarkens: www.akkervarken.nl