Paradijselijk Platteland



Met de toenemende drukte in steden wordt in de filosofie het leven op het platteland geromantiseerd. Rem Koolhaas was er afgelopen zomer zelfs mee in het journaal. Nostalgie, leven met het ritme van de natuur, de rust en de ruimte zijn aantrekkelijk. Ruimte om ongestoord de boel zijn gang te laten gaan. Het trekt. 


Vier jaar woon ik nu op dat paradijselijke platteland. Ik woon tussen boeren en buitenlui. Dagelijks rijden hier landbouwmachines door de straat. De grootschaligheid in de landbouw is nu op zijn top, denk ik. Als ik de tractoren met de fiets passeer stap ik even af. De tractoren zijn namelijk zo breed als de weg zelf. Levensgevaarlijk. 


Maar ik zeg niets over tractoren, want als je aan een tractor komt, kom je aan de bestuurder. En die snakt niet alleen naar vermindering van bureaucratie maar ook naar erkenning. 

Het gevoel dat alles buiten de ring van de grote stad minderwaardig is raakt vanoudsher het boerenleven. Ik ben ook niet vergeten hoe het verlangen naar erkenning dik een jaar geleden door het theater gonste toen Daniel Lohues zei dat die borden met 'No farmers no food' zo gek nog niet waren. Er gebeurde daarna iets. Op veel plekken in het land staat nu 'Trots op de Boer.' 'Zonder boeren geen eten' Dat zal wel toeval zijn. 


Ondertussen heb ik geleerd dat sommige boeren helemaal niet zo leven met de natuur of zorgen voor mijn voedsel. Kilometers mais en engels raaigras vullen hier voornamelijk het land. Daar zijn sommige boeren trots op. Langs een van de maisvelden hier in de buurt staat een groot bord met 'Schouten Opzouten'. Ik zag haar in Zomergasten. Ze wil net als sommige boeren veranderen, zo begreep ik uit haar woorden. Cultuur moet je laten luisteren naar en samenwerken met de natuur. Dat klinkt heel logisch, maar dat vindt niet iedereen. 


Er is ondertussen wel beweging op het platteland. Ook hier staat het leven niet stil. Zo willen meer boeren anders, biologisch gaan werken en stappen sommige boeren over op zonneparken - ook monocultuur. Misschien bedoelde Koolhaas dat toen hij zei dat we een samenleving gaan creëren waarin natuur en niet-natuur veel meer in harmonie zijn. Zonnepanelen leveren waarschijnlijk meer op dan melk of voedsel verbouwen, anders begin je er niet aan. Misschien dat de koeien op termijn daardoor wel uit het straatbeeld verdwijnen. En dat is uiteraard een flinke deuk in ons romantische ideaal. Wie wil er nou op de foto met een weiland vol zonnepanelen? 


Verder gaan achter mijn huis enkele keren per jaar bestrijdingsmiddelen over het land. Dan doen we hier de ramen en deuren dicht. Dat spul wil je niet inademen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat die middelen niet alleen slecht zijn voor insecten maar ook in het grondwater komen. Maar genoeg over de weilanden en akkers. 


Als het om de romantisering van het platteland gaat wil ik niet alleen daar naar kijken. In Drenthe vind je de romantiek misschien meer in naoberschap, eeuwenoude dorpsbrinken, in het bos en op de hei. Unesco Geopark De Hondsrug. Nu is het wel zo dat door toename van het aantal mensen dat hier komt om vakantie te vieren die grond ook lijdt. De keerzijde van toerisme is hier zichtbaar. En dat terwijl Drenthe dit jaar echt de smaak te pakken had. Drenthe is als het nieuwe buitenland. Het provinciale museum cultiveerde het romantische ideaal met een tentoonstelling, Marketing Drenthe smeet er een oergevoelcampagne tegenaan, en de campings en parken zaten bomvol. De boswachters hebben het geweten. Er waren lange files bij de door zandwinning ontstane zwemplassen, drukte in de bossen en handhavingsproblemen. We zetten door. We rekenen op toeristen die op zoek gaan naar paadjes waar Vincent van Gogh ooit liep of waar je de sfeer van voor de turfwinning nog kunt proeven. Oergrond. Het Bargerveen. Er is niets wat hier niet vermarkt kan worden. 


Verder is het platteland, met zijn zachtkabbelende stroompjes en beekjes al jaren een wingewest. Olie. Gas. De bodem daalt hier. Zeer ernstig zelfs op sommige plekken. De NAM wil afvalwater injecteren in Zuidoost Drente om nog meer olie te winnen. Protesteren kan middels een brief richting provinciehuis. Voor 1 oktober. Soms wou ik dat een idioot was. Zo'n eentje die met zijn blote kont op het dak van het provinciehuis gaat staan schreeuwen om duidelijk te maken dat het zo niet langer gaat. Dat gewin van delfstoffen altijd verlies betekent. Maar zulken wonen hier niet. Er wonen hier overigens net als in de stad wel mensen met sociale problemen; zoals armoede, eenzaamheid, verslavingen, maar dat laat ik hier even achterwege. Het moge duidelijk zijn dat het leven op het platteland net als de stad onder druk staat. 


Zoekend naar de motieven die ten grondslag liggen aan de romantisering van het platteland vanuit de stad kom ik tenslotte zelf uit bij het menselijk verlangen naar nieuwe ruimte. Nieuwe ruimtes om te ontdekken, nieuwe ruimte om te vullen. We zijn reizigers. We zoeken naar een plek waar harmonie heerst en evenwicht is, en eten voor iedereen. Een plek om opnieuw tot leven te komen. Een vrijplaats. Het paradijs. Een warm nest waarin je opnieuw geboren kan worden. Of zoiets. 


Zo'n plek kun je volgens mij overal creeëren. Bijvoorbeeld door een ritme te gaan leven dat aansluit bij het ritme van de zon en de maan. Maar zolang we dat verlangen zelf niet serieus onderzoeken, blijven we de grond waarop wij wonen op allerlei manieren vermarkten. Bovenal zijn we wereldwijd met teveel, met alle schadelijke gevolgen van dien....