Jagers en verzamelaars




Ergens hier niet zo ver vandaan woont een man. Zijn huis staat wat achteraf. Je ziet hem zelden op straat. Hij ziet er heel gewoon uit en heeft niks geen kwaad in de zin. Alleen voor boodschappen komt hij buiten. Ze zeggen dat hij vrouwenschoenen verzameld. Die heeft hij in huis, onder zijn bureau, in zijn kamer staan. Zijn mancave, zijn grotje. Via markplaats koopt hij wandelschoenen, pumps, gymschoenen. Van alles, zolang het maar vrouwenschoenen zijn. 


Niemand mag het thuis weten, zijn vrouw en kinderen weten van niets. Voor de overdracht spreekt hij af op afgelegen plaatsen. Meestal na zijn werk. Aan hem is niks te zien. Vrouwen die hun schoenen aan hem verkopen stelt hij eenvoudig op hun gemak. Als hij de schoenen in handen krijgt, houdt hij ze vast als een pasgeboren baby, dan neemt hij de geur op alsof hij goede wijn drinkt. Zijn neus gaat er diep in, om er met een blik van gelukzaligheid weer uit te komen. Daarna maakt hij een foto van de vrouw van wie hij ze kocht. Discreet. Die gaat erbij. Naamloos. Niemand mag het weten. De vrouwen zwijgen. De schoenen gaan mee naar huis. 


Niemand weet of het waar is, maar er wordt hier over hem gepraat. En toen het mijn oren bereikte moest ik denken aan de film Eternal Sunshine of a Spotless Mind, waarin een jongeman bekent dat hij graag snuffelt aan onderbroeken van vrouwen. Gebruikte. Ook een verzamelaar. Het komt dus vaker voor, dacht ik. Anders komt het niet in een film terecht. 


Ik ging op onderzoek en vroeg mannen om me heen of zij ook dit soort dingen doen. Maar zoiets wordt ontkend, natuurlijk. Ik snap dat. Dichtbij mag niemand er van weten. In de beschaafde wereld moet je aan je reputatie denken. Ik zette mijn jacht voort en wierp de groenteman voor de voeten dat mannen toch wel een beetje vies zijn. Daarop lachte hij wat en vertrouwde me toe dat vrouwen ook zulke dingen doen. 'Zo rook mijn vrouw graag aan benzine toen ze zwanger was. Dat is toch ook raar?' Ik gaf hem gelijk, we zijn curieuze wezens. 


Ik keek er een tijdje van een afstand naar. Onderzocht mensen die aan boeken en katten ruiken, maar kreeg er toch geen vat op. Tot ik een paar weken geleden op een winkeltje met bijna alleen maar zeep stuitte. Een walhalla van geuren. Natuurlijk. Eén van die zeepjes rook naar rozen. Ik snoof er aan en daarna opende de hemel zich en danste het paradijs me tegemoet. Ik kan het niet navertellen. Ik nam het mee en schafte er speciaal een zeepbakje voor aan. Nu koester ik het. Douchen gaat nu met rozenzeep. Lekker intiem en een feest voor alle regionen. Mijn hele lijf zingt ermee. 


De geur zal vermoedelijk ergens wel aansluiten bij een herinnering. Een gelukkige tijd. Iets van voor de tijd dat ik begon met denken. Iets paradijselijks. Waarom jagen en verzamelen we anders op zulke dingen? Sinds die ene keer loer ik dus op rozenzeep, bijna dwangmatig. Ik heb alweer een stuk gekocht. Die andere is nog lang niet op, maar ik kon het niet weerstaan. Zo bouw ik mij een kleine verzameling, in mijn grotje. Zin om te komen ruiken?