Bij de paddestoelen



Ik ben in het bos. Op een open plek. Het is stil. In dit seizoen, op dit uur van de week, met dit weer, komen hier weinig mensen. In de verte wordt de wereld verder verbouwd. Ik dwaal ondertussen rond bij de paddestoelen. De tijd is weg. Ik zie mooie bruine exemplaren bij mekaar. Ik plof er bij neer op een plukje mos, en dwaal door alles wat ik zie. Ik ben er niet. Dan komt er zonder dat ik het in de gaten heb, een vrouw bij me zitten. Heel rustig. Uit het niets. Ze komt me vreemd maar vredig over. 


Ze kijkt naar het boek dat ik naast me heb neergelegd en begint tegen me te praten. Zo, zegt ze, Kafka. De Gedaanteverwisseling. Had je die al niet veel eerder moeten lezen? Jazeker, zeg ik. Ik had een paar jaar eerder al veel meer moeten doen: een boek uitgeven, doorbreken, op een podium staan, de wereldorde veranderen, altijd energiek zijn, handtekeningen uitdelen, maar het is er allemaal nog niet van gekomen. Gut, zegt ze, weer zo eentje die bang is om te verdwijnen en in de vergetelheid te raken. Daar lopen er toch veel van rond zeg! Ze trekt haar neus op. Gorgelt wat en spuugt dan op de grond naast haar. Tuf. Zo. Ze kijkt voor zich uit en zegt: 'Sjonge dus.' Dan is ze even stil en zegt: 'Maar onsterfelijk zijn is ook niet alles hoor. Zo dwaal ik hier nu al eeuwen door dit bos. Na ja, dat is niet helemaal waar. De vorige eeuwen was dit vooral zand, maar goed. Ze doet haar hoofd opzij en zegt: 'Daar.' Haar arm gaat uit en ze wijst naar links. 'Daar verderop, daar bij de Galgenberg daar woon ik. En omdat ik hier altijd ben, zie ik hoe alles steeds verandert en hetzelfde blijft. Ik hoef niet weg om thuis te komen. Dit is het. 


Soms knoop ik een praatje aan met voorbijgangers, althans dat probeer ik, maar er blijft altijd een afstand hè. Ja dan wil ik graag door de tijd breken.' Waarom? vraag ik nieuwsgierig. Nou, zegt ze, mensen houden er vreemde beelden van mij op na, die niet kloppen met wie ik was en ben. En ik, ik kan er niets aan doen! En weet je wat het allerergste is? Ze verwarren me ook vaak met een van mijn zussen. En da's zo irritant!' Dan is ze even stil. 


'Onsterfelijkheid maakt je machteloos, zucht ze. 'Maar om in deze tijd te zijn, echt te zijn, lijkt me ook niet makkelijk.' Ach, zeg ik, hoewel ik dikwijls last heb van waanbeelden, irrationele gevoelens en zinloosheid, hoor je mij niet klagen. Dan hoor ik een vogel. Er krijst plots een kauw door de lucht boven me. Ik kijk en luister er naar. Kraa. Kraa. Kraa. Hij blijft even hangen en vliegt dan tussen de bomen weg. Als ik weer naast me kijk, is de vrouw verdwenen. Ik kijk rond. En zie dat alles staat zoals het stond. Om me heen is niets veranderd.