Beetheek


Beetheek is een dorp niet ver van hier. Welkom in vrij Beetheek! staat op het bord aan de weg. Ik kom er niet zo vaak, maar gisteren deed ik er even boodschappen. Bij de supermarkt vang ik een gesprekje op. Ze slaan hun kinderen, zegt een man. Ik heb er over gehoord. Zo voeden Tritters op. Ik kijk op, de dorpsroddel is aan, in de winkel. Tritters komen van verder weg, van andere grond. 


In Beetheek spreken mensen over de eerste Tritters die er zijn komen wonen. Nog niet zo lang geleden, net voor de laatste boerderij. Ze hebben andere kleren aan, ruiken anders en slaan hun kinderen, zeggen ze. Nee, ze schuwen het kwaad niet. De roddels over de nieuwe bewoners van het dorp worden gehoord door de kinderen. 's Avonds aan de keukentafel hoort Troj van zijn vader over Tritters. Die mort dat je ze niet kunt vertrouwen. Als Troji vraagt waarom niet, komt er geen antwoord. En het gesprek beweegt zich vervolgens via de keukentafel naar het schoolplein. 



Na een paar dagen wordt op het schoolplein in de pauze gepraat over en gespeeld wat de kinderen thuis horen. De Tritters. Een kind, dat gepest wordt, wordt uitgescholden voor Tritter. Een Tritter wordt een scheldwoord. Hij deugt niet, is laf en een agressief mannetje. Zoiets moet het zijn. De kinderen hebben geen idee. De Tritters en het kind dat gepest wordt staan machteloos, en de meester heeft niets gezien. 



Na een paar maanden is in de ogen van de pesters en de omstanders te lezen dat je niet moet omgaan met kinderen van Tritters. Ze zouden gevaarlijk zijn. De dorpsraad van Beetheek neemt geen standpunt in. Zij zetten zich met name in voor het behoud van het volksfeest en andere tradities, zoals de jaarlijkse jacht op konijnen. De dorpskunstenaar wordt via de lokale krant gevraagd hoe hij Tritters ziet. Hij meent dat het kwaad in hun religie zit. Iets wat in Beetheek gelukkig allang niet meer leeft. De kunstenaar heeft niet gesproken met Tritters, maar wel veel over Tritters gelezen. Hij zegt er verder liever niets over in de krant, naar verluidt uit angst voor bedreiging. Net als iedereen in het dorp weet hij genoeg.  


Ondertussen ziet de burgemeester van het dorp de spanningen toenemen en roept op tot inclusiviteit. Er wordt een multicultureel feest georganiseerd, met traditionele gehaktballen en hapjes van exoten. Het is gezellig maar in het dorp gaat de roddel als altijd gewoon door. Ze schuwen het geweld niet, zeggen ze. Als kind geloof je wat je ouders aan elkaar en aan jou vertellen. Je kunt niet anders, ook niet in Beetheek. 


Ach nou ja toe maar. Er is jaren niet echt iets aan de hand. Er is voldoende werk en er zijn feesten in overvloed. Het leven is goed in het dorp aan de andere kant van de rivier. Al lukt het de Tritters niet om echt te integreren, maar ze groeten hun buren vriendelijk. Ze doen niet mee aan de dorpsfeesten en op zondag gaan ze ook niet naar het café, zoals te doen gebruikelijk in het dorp. Enkele welwillenden hebben inculturele ontmoetingen georganiseerd, maar aan de toog in het dorpcafe is en blijft een Tritter een aparte. Iemand waar je niet mee gezien wil worden. Met een slok helemaal niet. Thuis wordt verkering met Tritters danook afgeraden. Ze slaan hun vrouwen, zeggen ze. 


Ondertussen maken de Tritters van hun leven er net als iedereen, het beste van. Ze gaan naar school, naar hun werk, en regelmatig naar hun Vuuluur. Een huis waar ze samen dansend bidden. De dorpelingen maken er graag grappen over. Enkele vrouwen uit het dorp hebben er echter wel interesse in. De mannen in het dorp dansen tot hun spijt al jaren niet meer, behalve als ze dronken zijn. 



Op een dag bereikt het nieuws dat in een stad niet ver van het dorp iemand van het Trittervolk een moord heeft gepleegd, Beetheek. De lokale media pakt het op. 'Terroristische aanslag' staat er met dikgedrukte letters in de krant, en daaronder 'Mogelijk dader Tritter, is ontvlucht.' In Beetheek is dit wederom een bewijs dat Tritters een kwaadaardig volk is. Nee, zij deugen niet. In Beetheek weten ze dat allang. In de dorpen rond Beetheek weten ze het ook. In de krant is ondertussen geen ruimte meer voor het onderzoek van jeugdzorg waaruit blijkt dat de mensen uit Beetheek zelf nogal losse handjes hebben. Vooral de mannen. En de krant heeft zijn handen vol aan buitenlands nieuws, oorlog. Over vrede of taboe's uit eigen dorp schrijven trekt nu eenmaal geen abonnees. Dat is veel te confronterend en dichtbij. 


Na het nieuws in de krant volgt een politicus die roept dat moord ver weg opnieuw een bedreiging vormt voor de vrijheid van het dorp. Hij richt een partij op, WijvoorVrijheid. Een klein deel van het volk voelt met hem mee. Hij krijgt veel aandacht in de pers. Vrijheid dat klinkt ook wel aardig en aantrekkelijk, en de Beethekers beginnen met hem mee te schreeuwen. De inmiddels volwassen pesters en omstanders van het schoolplein voorop. Ze zien de spiegel van wat ze thuis hoorden terug, eindelijk. Eindelijk iemand die hen verstaat. Hij zegt wat hij denkt. Andere Beethekers worden gehoord en sluiten zich ook bij de politicus aan. Gerafinneerd maakt hij gebruik van zijn macht. Hij brengt met camera bloemen naar oma en verwoordt wat zij al jaren voelden, maar nooit hardop durfden te zeggen. Hij zegt het en samen met hem hoef je niet bang te zijn voor dat wat je vreemd is. 


De jaren gaan voorbij. Na de eerste roemrucht bijeenkomst van WijvoorVrijheid, komt de handel met enkele andere dorpen na een paar jaar door toedoen van oorlogen elders ineens stil te liggen. Dit heeft zijn weerslag op de werkgelegenheid en het gemoed van de bevolking. Toch al niet het meest welvarende deel van het land. De weerstand in het dorp tegen de Tritters groeit nu heel hard. De Tritters vertellen dat ze in vrede zijn gekomen, willen werken en leven zoals iedereen, maar in het dorp worden zij allang niet meer geloofd. Het inheemse volk van Beetheek heeft zich tegen hen gekeerd. Het wantrouwen is groot. Niet iedereen is bij machte zich een evenwichtig beeld te vormen van de toestand waarin ze leven. En dan staat de man die jaren dagelijks hun haat voedt op. In een goed bekeken televisieprogramma zegt hij dat de neergang van de welvaart de schuld is van de Tritters. 


Er zijn enkele generaties nodig om kwaad te doen ontvlammen, maar nu gaat dan toch los. De mannen van Beetheek verdedigen hun traditie en cultuur, hun vrouwen en hun kinderen, en nagelen de Tritters aan de schandpaal. Er wordt een plan gesmeed om ze te verdrijven. Beethekers zijn van goede wil, hebben hun naasten lief, maar niet als die te ver gaan. Bovendien willen ze respect, vrijheid, en leven zoals het altijd was. En gezien de reputatie van de Tritters is geweld tegenover hen meer dan gerechtvaardigd. 


Op een koude nacht in de winter worden in stilte de huizen van alle Tritters in het dorp in brand gestoken. Een vrouw en drie kleine kinderen komen om. De buren durven niets te doen en de vrijwillige brandweer komt te laat. Helaas. De krant wijdt er een bericht aan. De daders zijn spoorloos. De mannen die het incident overleven vertrekken na ontslag uit het ziekenhuis, naar de stad verderop. 


Tegerlijkertijd wordt in de omliggende dorpen ook de cultuur van Tritters gezuiverd. De dorpen helpen elkaar, daarna keert de vrede en rust terug. De mannen drinken hun bier weer, slaan bij thuiskomst hun vrouwen, en zijn trots op hun cultuur. 


In het dorpscafe van Beetheek wordt de victorie op de Tritters nog jaarlijks groots gevierd. Mensen zijn nu eenmaal dol op heroïek. En zoals het in de verhalen staat geschreven zijn de brandstichters de helden van het volk van Beetheek. Rechtvaardigheid. Saamhorigheid. Heldenmoed. Dat hoort bij Beetheek. De mannen zorgden voor het herstel van vrede. Het staat geschreven. Zonder naam want over sommige dingen praat je gewoon niet met de buitenwereld. Honderd jaar later na de brand wordt een standbeeld opgericht. Ter ere van hen die Beetheek redden. Beethekers zijn trots op hun cultuurgeschiedenis. Ze zijn een heel gewoon en vredelievend volk. Ze wonen hier vlakbij, aan de andere kant van de rivier.