Vastzitten


Eén van de dingen die me is bijgebleven uit mijn tijd als justitiepastor zijn de verhalen van de mannen rondom het vastzitten zelf. Als je in een cel zit, is de afhankelijkheid van anderen één van de dingen die indruk maakt. Dat je niet zelf de sleutel hebt van je celdeur, is iets wat je niet meer vergeet als je gedetineerd bent. 


Sommigen zitten samen op een cel met iemand die ze niet zelf hebben uitgekozen. Een cel bestaat uit een stapelbed, een kraantje met wc, bureau, een raam met tralies en een zware deur. Als je vastzit ben je elke dag, elke ochtend afhankelijk van de dienstdoende bewaker. En die heeft er soms ook geen zin in. Elke ochtend het gerammel van de sleutels, die je als je nog maar net wakker bent, je eraan herinneren dat je niet vrij bent. Het eigen lijden accepteren is ook voor gedetineerden niet gemakkelijk. Het is danook geen wonder dat zij zich vastgrijpen aan dat wat ze helpt om te blijven leven, zoals meditatie, binnengesmokkelde drugs, illegaal gestookte alcohol, muziek en sport. 



Ik herinner me een gedetineerde die graag mediteerde zeggen: 'Ze kunnen me opsluiten, maar de sleutel om mijn geest vrij te laten of op te sluiten, die heb ik zelf in handen.' Na detentie kon hij wat hem betreft zo het klooster in. En of ik dat voor hem kon regelen. Sommigen weten zich een weg te vinden. Sommigen zitten jaren vast. En anderen komen nooit meer buiten de poorten. Wie ben ik om te oordelen over het pad van een ander. Het is november, ik ga dadelijk even naar buiten, frisse lucht opsnuiven en een vuurtje kijken.