Een zuchtje wind



Vroeger was er bij ons in de buurt iemand die trompet speelde. Mijn moeder kon er niet tegen. Ik kon er, misschien daarom, ook niet tegen. Heel lang vond ik blaasinstrumenten verschrikkelijk. Ik ging ze uit de weg. En ik ging er heel ver in. Ja zelfs mijn blokfluitlessen liet ik er om in de soep lopen. Ik moest er met groningse koppigheid niks van hebben. 


Nu kwam ik een paar jaar geleden op een festivaltje in Almelo, en daar speelde een duo met te gekke nederlandstalige nummers. De Geldwolven. Gitaar en trompet, en zo tof. Zoek ze maar eens op. Ik was om. Een paar jaar later zag ik op een festival the Ragtime Nightmare, uit Berlijn. Weer te gek. 


En vandaag zit ik te genieten van Dixieland Jazz uit de jaren '20/30 en weer word ik er vrolijk van. Ik zit me danook te bedenken waarom ik mezelf al die tijd zo stijfkoppig afgesloten had voor dit stuk van de wereld. En zo kom ik dus op die eerste trompet. Dat was nooit de bedoeling natuurlijk, maar zo gaat dat blijkbaar. Hetzelfde heb ik met blokfluiten. 


Ze zeggen dat tijd grote en kleine wonden heelt. Ik weet niet of dat zo is. De tijd heelt volgens mij helemaal niks, maar misschien is het met met blaasinstrumenten wel net zo als met mensen. Misschien is het allemaal toch niet voor niks, dat we hier met mekaar zuchten, blazen en waaien. Je kan voordat je er op bedacht bent toch zomaar weer iets of iemand tegenkomen die je leven een kleine wending geeft, die kleine of grote wonden heelt. Die een nare ervaring een beetje doet vergeten en die je blik weer opent naar een andere wereld. Bijvoorbeeld een duo met een trompet, een vrouw met een mooi gedicht. 


Een zuchtje wind. Je bent het misschien zelf zonder dat je het in de gaten hebt. En misschien kan het wel iedereen zijn en uit alle windrichtingen komen. Ik weet het niet of het zo de bedoeling is, maar als het zo is, wat hebben we dan veel mogelijkheden om er wat moois van te maken met mekaar.