De broer


Ik heb te laat gezien dat jij ook nog broers hebt. En één daarvan is veel knapper dan jij. Hij zal ook wel grappig wezen. Zul je straks zien, zitten we op een verjaardag met z'n beiden, komt die broer ook binnen. En dan zit ik te blozen omdat ik hem stiekem veel leuker vind dan jou. Dan vraag je mij: 'Wat is er schat?' en dan zeg ik niks. Dan praat jij met je oom aan de andere kant van je verder over voetbal.  


Als je moeder dan weer uit de keuken komt met het gebak maak ik een opmerking over haar nieuwe plooirok en of ik haar kan helpen. Ik moet wat. Ik zit er op de punt van de bank toch wat verloren bij. Ze bloost, redt zich wel en gaat na het uitdelen weer bij de vrouwen zitten verder rechts van mij. De mannen zitten links. Ik kijk maar wat rond. Grote staartklok. Gehaakte kleedjes op een ovalen tafel. Grote bruine eikenkast met glazen en kopjes en schoteltjes. Groene gordijnen.  Net even anders dan bij ons thuis. 


De koffiekopjes maken gauw plaats voor bier en even later komt je tante de kamer in met de schaal. Kaas, worst, asperges in ham, boterhamworst met augurk, ham met ei. Net als bij ons thuis. Als de hapjes na de rondgang op tafel staan, pak ik toevallig net tegelijk met die knappe broer van je een stukje worst. Zijn hand raakt even kort de mijne aan en we kijken naar elkaar. Oei, reebruine ogen. Niemand ziet dat verder natuurlijk. Iedereen is druk in gesprek over voetbal, politiek en de playbackshow. Onderwerpen voor grote mensen denk ik. 


Je broer zit ondertussen onderuit gezakt verveeld naar mij te lonken. En ik voel me wat ongemakkelijk met jou zo hand in hand op deze enorme leren bank. Iedereen rookt en drinkt ondertussen stevig door. Het is de eerste keer dat ik dit meemaak met jouw familie, het oogt gezellig maar ik weet nu al niet meer waar ik het zoeken moet. 


De hele kamer staat blauw van de rook. De hapjes gaan ook hard, je tante zucht wat druk in de rondte en maakt een snedige opmerking naar je broer. Dat er van hem niks terecht komt ofzo. Hij maakt er een vette grap overheen. Ik moet hard lachen en schud mijn hoofd. O man o man, dit komt nooit meer goed.