Kansloos


Mijn moeder was wat minder over jou te spreken. Zij had gehoopt dat als ik dan al thuis zou komen met iemand, dat het één was die kansen had. Eentje met een diploma. 


Terwijl ik met haar soep zat te eten zei ze: 'Die flierefluiter die is later altijd onderweg lieverd, en dan zit jij hier met vier kleine kinder van hem. Die je niet wilde. Daar moet ik dan op passen en daar heb ik geen zin in. Je zult ook zien dat jij je eigen opleiding niet afmaakt, en dan zit jij de rest van je leven elke dag kansloos in het veen. Te dromen over hem. 


Als hij dan een keer thuis komt is hij in gedachten bij een ander schatje uit een willekeurige andere plaats. Net als in die film, kom hoe heet ie?' Ze vond het maar niks. 


Dat jij er ook zo bij liep was ze ook niet over te spreken. Ik zei: 'Mam, ik hou van hem. Hij is echt lief, kan mij niet schelen waar hij in loopt.' 


'Ja ja dat ken ik.' zei ze toen. 'Zulken. Kind pas toch op. Je bent nog zo jong. Wat weet jij nou van liefde?' Ze keek me streng aan, nam nog een hap van haar soep en zei: 'Heeft hij al een gedichtje ofzo over je geschreven? Want dan kun je het wel vergeten verder. Hij schrijft je zo hup van zich af. Dromers. Ze fantaseren er maar wat op los. Ik ken ze. Ze hebben een dwalend hart meid. Net als je vader.'


Dat was de druppel. Ik liet mijn soeplepel vallen, stond op en zonder te bidden ben ik toen kwaad bij haar weg gebeend. Dat deed ik wel vaker als ze te dichtbij kwam of gelijk had. 


Die middag ben ik achter naar de sloot gegaan. En daar heb ik een hele tijd zitten janken. 's Avonds ben ik naar je toe gefietst en terwijl jij weer aan de brommer van je grote broer zat te sleutelen heb ik het uitgemaakt. 



Het lijkt een eeuwigheid geleden, maar ik zat er aan te denken toen ik dit lied hoorde.