Simon


Toen stond hij daar toch ineens. Ik ben het, zei hij. Simon. Herken je me nog? Ik keek op vanuit de tuin. Verbaasd over de vreemde auto die voor de deur stond. Hé jij hebt me snel gevonden! Ik liet mijn tuingereedschap uit mijn handen vallen en liep snel over het gras naar hem toe. Hij stond met open armen op me te wachten. En ik vloog hem veel te enthousiast om de hals. En hij hield me even vast. Hij had zwartgrijs haar, een roodzwarte blokjesblouse en een zwarte broek aan. Ik had hem zeker 30 jaar niet gezien, maar herkende hem meteen. Zo blij hem weer te zien. Wat zie je er goed uit man, dacht ik, terwijl ik bij hem stond te shaken van opwinding. 


De afgelopen weken hadden we elkaar al wat brieven gestuurd; waarom ik het destijds had uitgemaakt,*  dat hij niet mee was naar de verjaardagen bij ons thuis**  en over dat ik eerst verkering had met één van zijn broers.***  En dat hij het nu maar ingewikkeld vond dat ik getrouwd ben.****  Ik had de laatste dagen al zo'n gevoel dat er iets moois zou gebeuren. Kom verder, zei ik. En nadat hij zijn auto aan de kant had gezet liepen we de tuin in, richting de bloeiende perenboom. Een vreemd gevoel van thuiskomen kwam over me heen. Wat een rust. We hadden elkaar veel te vertellen. Hoe is het met je? vroeg ik. Nee zei hij. Vertel me eerst eens over jezelf. Hoe is het met jou tegenwoordig? En de liefdes in je leven? Ik lachte, en zei: Heb je even? Hij keek triomfantelijk voor zich uit en zei: 'Ik ga voorlopig niet meer weg.'

We gingen op de palletbank zitten en ik zei: 'Ik ben wel klaar met liefde. De laatste man die ik ook lief had was misschien toch niet goed voor mij. Ik liet me aan een lijntje houden. Nadat we elkaar een paar keer hadden gezien, begon hij met afhouden. Ik bleef pogingen doen om contact te maken, maar het ging me energie kosten, menend dat hij zijn gedrag ten opzichte van mij wel kon maken. Eenrichtingsverkeer en steeds weer een ander excuus. Toen ik hem voor de voeten gooide wat hij teweeg had gebracht bij mij, zei hij wel sorry maar ook dat hij mijn reactie te ver vond gaan. Nou ja ik weet niet hoeveel spijt een ander kan voelen. Dat kun je niet peilen. Ik heb me in elk geval niet oké laten behandelen. En dat was lang geleden. Niks voor mij. 'Liefde maakt je blind.' zei Simon tussendoor. 'Ja, maar weet je wat het is? Sommigen hebben volgens mij niet in de gaten dat ze hun eigen wonden alsmaar doorgeven. Tja. Dat was in het kort de laatste.' Nou, zei Simon rustig, dat is niet best. 


Nee, zei ik. En het stomme is nu dus dat ik hem geen klootzak vind, zoals een enkele vriendin me adviseert. Dat lukt me dus niet. Ik vind hem ook echt aardig. Dat is mijn probleem, dat ik altijd maar de mooie kant van iemand veel belangrijker vind en blijf zien. Denk er zal wel wat loos wezen, wat ik niet weet. 'En nu?' 'Ach ik weet het niet' zei ik, 'ik moet maar geloven dat het wel goed komt. En ik weet wel dat dat hart van mij open is en ik er meer mee moet uitkijken. Ik heb ook al zoveel verwondingen voorbij zien komen bij anderen, en bij anderen en mezelf duivels laten uitgedreven. Poeh poeh, zuchtte Simon tussendoor, en ik vervolgde alsof ik hem niet had gehoord, 'soms ben ik wel klaar met pogingen doen om er nog wat van te maken. Dan denk ik dat dit alles liefdewerk oud papier is. Zinloos. Ik weet nu in elk geval weer dat er mensen zijn die geen idee hebben van de impact van littekens, hoe dat in je lijf gaat zitten, je gedrag mede bepaalt, en welke impact dat dan weer kan hebben.' Jij wel? fluisterde Simon zacht in een poging me niet nog eens te onderbreken. 


Ik keek op en vervolgde alsof hij er niet echt was. Uhh nee, zei ik zacht.. 'ik ben natuurlijk geen haar beter dan hem.' En jij, hoe heb je dit dan wel opgepakt? vroeg hij. 'De wond die hij bij mij heeft bloot gelegd heb ik verbonden en laten verzorgen. Dat moest. Het zat aardig diep. En in mijn verleden. Nu voel ik me een stuk beter. Dit gebeurt me voorlopig niet meer.' Simon keek me indringend aan en zei: 'Dus die Tinus heeft je in die zin toch goed geholpen en thuisgebracht?' Ja, zei ik, eigenlijk wel ja. Hmm, zei Simon droogjes, 'doet me denken aan het verhaal van de Barmhartige Samaritaan.' 


Ik smolt weg. Simon, wat ben je een heerlijke wijze man, schoot er door me heen. En wat gaaf dat hij me na zo'n lange tijd weer zo makkelijk weet te bereiken...