Moeite



En wat wil jij met mij dan? vroeg Simon zo een beetje zijdelings. Ik zei: Ach niet zoveel. Gewoon af en toe even bij je langs. Je zien, thee, praten. Maar zien wat er onderweg gebeurd. Naakt met je zijn. 


Simon bloosde en werd tot mijn verbazing boos 'Zo! wat ben jij weer direct zeg!' Hij had bij de weg al veel gekke dingen meegemaakt, maar hier in Drenthe waren ze meestal niet zo als het om dat soort dingen ging. Zijn blik veranderde. Hij ademde hoog. Ja nee, begrijp me niet verkeerd, zei ik. Maar het was al te laat. 


Hij keek me argwanend aan alsof ik iemand was die hem flink pijn had gedaan. Hij werd bozer en zei; ik ben al genoeg gebruikt in mijn leven ja. Het is wel goed. Er is meer dan aan elkaar zitten nie?!


Ho, zei ik. Wat nou dan? Ja ik heb gewoon wel wat moeite om jou te vertrouwen met je mooie praatjes. Ik keek hem aan. Weet je wat er ook is, en hij zuchtte even. 'Als ik het weer een keer zover heb laten komen en me met iemand heb ingelaten, zijn ze vaak gauw weer vertrokken met de buit. En dan zit ik met een klotengevoel. Leegte. Dat is me net even te vaak gebeurd. En deze jongen is niet gek, dus dat gaat me mooi niet meer gebeuren. Ik laat me niet meer zo gebruiken.' Het werd stil. Er welden boze tranen. Dit zat diep. 


Naakter dan dit kun je je toch haast niet aan mij tonen, zei ik na een tijdje. We hoeven niks hè? Ik heb tijd tot voorbij de eeuwigheid. Het was weer stil, en toen vroeg ik wat hij dan wilde. Er volgde een zucht. 'Nou gewoon af en toe wat kostbare tijd met mekaar verspelen. Gewoon met een bakkie thee met honing. 's Morgens. Als een stel ouwe wijven. Bij de Bras of hier bij jou of mij thuis. Bij jou zijn. Dan zien we later wel verder. Ik vind je te gek, maar wat er tussen ons gaande is is ook knap ingewikkeld en eng.'


Je haalt mij de woorden uit de mond, zei ik. Maar weet je 'angst is maar veur eben, spiet is veur altied' ken je dat? Het is een lied van Daniël Lohues. Simon keek me vragend aan. Die gast uit Erica? ja volgens mij heb ik zijn muziek wel eens gehoord. Klinkt niet onaardig. 


Toen draaide hij zich langzaam naar me toe, en ik keek hem recht in zijn ziel. Hij kuste mijn hart. En ik het zijne. De vlinders dansten zachtjes door de lucht.