Gedichtje




Simon heeft me na lang aarzelen thuis uitgenodigd. En nu zit ik bij hem aan tafel. 'Ik heb een gedichtje voor je geschreven' zegt hij een beetje zenuwachtig, en ik wil het graag aan je laten horen. Ik heb er best een zet op zitten broeden, en het besproken met een kameraad van me. Ik hoor graag wat je er van vindt.' En ik hoor hem denken: 'Maar o als je dit hebt gehoord Sil, nou dan weet ik toch bijna zeker dat je altijd en voor eeuwig bij me blijft.'  


O gôh-do-god, denk ik ook terwijl de rode vlekken in mijn nek schieten, ik was er al bang voor. Vroeger schreef hij ook al, maakte alle meiden helemaal gek. Dus de beklemming vliegt me tegemoet. Ik voel me ook wel beetje gevleid natuurlijk, en van binnen giert het bloed door de aderen. Maar door gewoon rustig door mijn buik te blijven ademen en lief te lachen, weet ik dat mooi te verbloemen. Simon heeft niks in de gaten. 


Hij pakt zijn laptop en klapt het open. Zet wat nerveus zijn leesbril op, wil het gaan lezen maar stoot dan onhandig een glas water om. Hij vloekt een keer. 'Godverdomme!' 


'Kort gedichtje ja..' zeg ik droog. Beetje plagend. Maar hij hoort het niet. Hij staat op en loopt mopperend met een natte broek naar de keuken voor een doek. Kan natuurlijk geen vinden. Pakt dan maar een blouse die toch al op de grond ligt. Ondertussen loopt het water van de tafel op zijn nieuwe houten vloer. Ik zie het gaan. Mooie kring al. 


Doe dan toch ook rustig kerel, zeg ik. We kennen elkaar toch, maakt toch niks uit. Ik hou toch wel van je.' Ja maar ik vind dit toch gewoon een beetje spannend.' zegt hij. Snap ik. En terwijl hij op de knieën voor me met zijn blouse de vloer droog maakt, zegt hij: 'Ik heb op de middelbare school wel eens voor een volle grote kuil gestaan, meegedaan aan zo'n gedichtenwedstrijd, terwijl Linda het allermooiste meisje van de hele school, waar ik en alle andere jongens smoor- en smoorverliefd op waren, pál vooraan zat. Dat was toen lang niet zo eng als dít nu, zo met jou alleen. Eén op één.' Oef, denk ik, die heeft het ook slim te pakken. 


Zullen we dan afspreken dat ik het sowieso mooi vind en dankjewel zeg, zeg ik. Hij kijkt omhoog, denkt 'och wat lief, maar nu durf ik echt niet meer...' en gooit heel stoer met een boogje de natte blouse naar de andere kant van de kamer, hopla! en gaat weer zitten. Zo. Hij zegt: 'Maar nee Sil je hebt gelijk. Het is nog lang niet goed genoeg. Ik moet er nog mee aan de gang. Je hoort het later wel een keer. Wat er nou staat, nou nee niks.' Ik ben natuurlijk razend nieuwsgierig, dus ik zeg: 'Laat mij eens kijken dan?' Ik lach en knipoog. Werkt altijd. Nou vooruit, zegt hij. Maar het is dus nog niet af hè?! Neehee, weet ik toch. Ik klap de laptop weer open en lees:


'Ik ben overal op de wereld geweest

fietste maar zo ergens heen 

Ik sjeesde door elke bocht

Nu weet ik wat ik al die tijd zocht


Jou jou jou

jou jou jou 

Ik zocht

Jou jou jou

jou jou jou 


Hoevaak heb ik wel niet achter het net gevist

Hoelang heb ik jou wel niet gemist

Ik droomde je ver weg, ik was altijd maar op zoek 

Maar jij was al die tijd dichtbij, gewoon om de hoek'


En terwijl ik dan wel tot ver achter de oren zit te blozen, schiet er ook een draakje door me heen, die zegt: 'Acda en De Munnik, ja díe zouden dit toch echt tíg keer beter doen...' Daarop draai ik me naar hem toe, en geef hem een kus op zijn wang, en fluister: 'Wees niet bang. Ik zie je ongemak. Ik zal voorzichtig zijn....'