Samen eten



Het is om de middag in het verpleeghuis.* Dan krijgt Janny warm eten. Als we terug zijn van het eendjes voeren, warm ik het in haar kamer op in de magnetron. 'Dit keer wat minder gepureerd dan anders,' zeg ik. Worteltjes, te gaar gekookt, anders kan ze het niet eten. Altijd aardappelpuree en gemalen vlees. Ik zeg: 'Het ruikt dit keer naar hamburger.' 


Janny leeft op. Ze had het er net in de hal over dat ze zo'n zin had in patat met kroket, dat krijgt ze namelijk nooit meer. We zitten aan haar tafel en ik doe haar een slabbetje voor. En daarna doe ik haar eten uit de magnetron in een bord met opstaande rand, met het speciale bestek, zodat ze zelf kan eten. Als ze niet te moe is, want anders voer ik haar. Vandaag heeft ze een goeie dag. Mede vanwege haar broze gezondheid is het belangrijk dat Janny goed eet. Dagelijks wordt in een logboek bijgehouden hoeveel ze eet. Elke maaltijd. 


Als ik haar het eten voorzet en bij haar wil gaan zitten zegt ze: 'Jíj moet ook eten.' Ze wijst naar de keuken. Janny houdt van samen aan tafel eten. Dat doet ze bijna nooit meer. Ik moet van haar een bordje pakken. Dat doe ik. Ze schept vervolgens wat van haar eigen op dat bordje. 


Ze zegt: 'Alleen eten is niks waard.' Ze schuift het bordje naar me toe en zegt: 'Dit moet jij opeten.' Hier kan ik geen nee tegen zeggen. Met een knipoog zeg ik: 'Als het management ziet dat ik een deel van jouw eten opeet, dan kan ik het verder wel vergeten.' Janny lacht. We eten samen, ons bordje helemaal leeg. Het smaakt nergens naar, maar gewoon even samen eten dat doet Janny zo goed. 





Ik ben vrijwilliger in een verpleeghuis. Over mijn avonturen met Janny schreef ik eerder:

Eendjes voeren 

Vogels 

Ring of Fire