Niet over praten



'Nee, zegt hij, ik wilde gewoon niet horen dat ze verliefd was op een ander. Ik was veel aan het werk, dat kon ik er gewoon niet bij hebben.' Ik zit vanavond op een bankje in het veen. Normaliter zit ik nooit langs een doorgaande route, maar het is nu mooi stil. Ik zit te schrijven op m'n telefoon, als er een man langs loopt die tegen me aan begint te praten. Hij moet zijn verhaal blijkbaar aan me kwijt. 


'We waren 10 jaar samen. Nu is alles kapot. Mijn dochtertje van vijf zie ik één keer in de twee weken. Ik mis haar. En met mijn ex kan ik niet meer praten. Het is nu drie jaar geleden zegt hij, dat we die ruzie kregen nadat ik haar betrapte, maar het lijkt wel gister. Ik ben er nog net zo kapot van.' 


Ik zucht in mezelf. Dit hakt er zo in bij veel mannen, en ik heb het al zó vaak gehoord. Ik zie zijn verdriet dus ik laat hem maar praten. En ik hoor weer van mensen die van elkaar eisen dat ze niet verliefd worden op een ander. Die nooit praten met elkaar over onderbuikzaken die het hart raken en hoe je daar mee omgaat. Mensen die niet eerlijk durven zijn tegen elkaar en elkaar gevangen houden met dreigementen. Wat een beklemming en verdriet. Ik merk dat ik er ook flauw van ben, te horen over de angst voor alleen en de torenhoge verwachtingen van samen. Dat bezitterige. Dat is toch geen liefde....


En terwijl hij ongevraagd bij me gaat zitten, stel ik nog een paar vragen. Hij vervolgt zijn verhaal. 'Nu moet ik al een tijd zelf voor mijn eten zorgen,' zegt hij. Er is niemand meer die dat voor me doet. En alles herinnert aan haar. Ja ik wil graag opnieuw beginnen met een leuke vrouw, maar dat valt niet mee.' En er schiet door me heen dat ik hem misschien moet doorsturen naar Esther Perel


Hij kijkt me aan en zegt: 'Want weet je wat, dat vrijgezellenbestaan is het niet hoor voor mij, dat weet ik inmiddels ook wel.' 'Hoezo niet dan?' vraag ik terwijl ik voor me uitkijk. 'Nou ik ben ook al drie jaar niet aangeraakt. Al drie jaar niet gevreeën. Ik mis dat.' En hij kijkt me net even te lang aan. Ik zie hem kijken. Ik denk ondertussen aan getrouwde mensen die mij in de loop van het leven vertelden dat ze allang niet meer vrijen. Ik zeg tegen hem dat ik al een tijdje enorm verliefd ben, ook om maar van zijn toenaderingspoging af te zijn. Het werkt. 


O zo, zegt hij zichtbaar teleurgesteld. En terwijl hij opstaat vraagt hij verbaasd: 'En dan zit je hier alleen in de natuur?' 'Ja, zeg ik, ik ben graag alleen.' Daarop verontschuldigt hij zich, bedankt me voor het luisteren en loopt met zijn ziel onder de arm weer bij me weg. En terwijl ik hem nakijk zit ik te denken hoevaak ik dit treurige verhaal nog schrijven moet. Ik ben er wel klaar mee.