De Langste Dag



'Mijn vader is te vroeg overleden.' zegt hij. Ik zit vanavond in het veen op een bankje bij een man van een jaar of 65. Hij zucht wat voor zich uit. Ik vraag hem hoe dat gegaan is. Hij vertelt. 'Mijn vader ging toen hij 16 jaar was. Hij was een wildebras. Hij wilde het leven leven,' zegt hij, 'maar in werkelijkheid was hij altijd op de vlucht voor de stilte.' 


Hij zwijgt even. We kijken samen naar een paar overvliegende ganzen. Hij vervolgt dan met: 'Deze stilte, hier, hij zou er knettergek van worden.' 


De man knikt als ik vraag of hij er wel tegen kan. Hij zegt: 'Eerst niet, dan vloog het me allemaal aan. Maar alles is anders nu mijn vrouw er ook niet meer is.' Hij slikt en zegt: 'In de stilte ervaar ik ze, mijn ouders, mijn vrouw.' Wat mooi' zeg ik. 


Ik vraag hem hoe zijn ouders leven hebben beinvloed, waarop hij zegt: 'Thuis ben ik als kind vaak bang geweest dat mijn moeder iets zou overkomen, dan zou ik er helemaal alleen voor komen te staan. 


En de vroege dood van mijn vader heeft nog dagelijks invloed op me.' Hij slikt, alsof het moment van afscheid op zijn netvlies is gebrand. 'Ach ja, zegt hij na een kort zwijgen.  'Je moet alsmaar doorgaan hè? maar wennen nee, dat doet het nooit. Hij was mijn held. Ik kan me herinneren dat iemand 2,5 jaar na zijn dood zei dat het allang geleden was, dat ik geen mietje moest zijn, maar rouw en tijd lopen toch niet samen op. Alles wat er toen was, staat als een film in mijn geheugen. Het ging snel, ik draai het de laatste tijd weer vaker af. De uitvaart zelf was een aanfluiting en daarna kreeg ik ruzie met mijn broers. Ik weet het nog goed. Het was een rampzalige tijd. Ik ben toen ook gaan drinken. En mijn vrouw, toen nog een vriendin, had daar zo'n hekel aan.' Hij kijkt er wat beschaamd bij. 'Toen mijn moeder tien jaar later wegviel, lag ik helemaal in duigen. Zie hield ons en mij altijd bij elkaar.' 'Je stond er vroeg alleen voor?' zeg ik.


'Nou, dat valt wel mee hoor,' zegt hij vervolgens opgewekt. Ik ben jong getrouwd en ik was een jolige pief. Ik zag er goed uit en had vriendinnen zat. Ik heb me danook vaak vastgeklampt aan vrouwen.' O' zeg ik, hoezo?' 'Nou hen mocht ook niks overkomen. Vaak was ik bang dat het niet goed met ze ging. Dat ik ze zou verliezen. Als ik bijvoorbeeld wel eens een scharrel had, raakte ik wel eens in paniek als ik na een dag nog geen telefoontje van ze had gehad. Dan wilde weten waar ze waren enzo. Ik klooide wat aan. Mijn vrouw wist daar niks van.' 


'Niet helemaal gezond?' concludeer ik voorzichtig. 'Nee,' zegt hij, 'het leven gaat hard voorbij, en je wilt niks missen hè.' Ik zeg: 'En voor je het weet kom je er dik 35 jaar later achter dat je wegloopt voor alles, je spiegelbeeld en alles wat herinnert aan hem?' 'Verdomme' zegt hij, 'jij kijkt dwars door me heen ja.' 


'Ben je in je leven hiervoor op de vlucht geweest?' vraag ik. Ja, slikt hij. 'ik lijk erg op hem.' 'Nou' zeg ik, 'daar zitten we dan. Mooi stil hier nie?' Hij knikt. We zwijgen verder. 


De vogels fluiten, de zon gaat langzaam onder. Het is de langste dag.